14 Tips bij het selecteren van een vermogensbeheerder


  1. Vergunning.

Werk met een beheerder met een AFM vergunning.
Kijk hiervoor op de site van de Autoriteit Financiële Markten en controleer of de beheerder een vergunning heeft: http://www.afm.nl/nl/professionals/register s/alle-huidige-registers.aspx

  1. Rendement.

Wordt een rendement voorgespiegeld dat te goed is om waar te zijn. Niet doen!
U kunt vragen naar rendementen uit het verleden, maar hecht hier niet te veel waarde aan. Kies liever voor een beheerder die in staat is de dalen (en daarmee – helaas – ook de pieken) in rendement af te vlakken en die een gelijkmatig rendement weet te halen. Op den duur bent u hiermee beter af dan incidentele hoogvliegers.
Ook rendementsgrafieken kunnen heel bedrieglijk zijn. Zo maakt het veel uit welk moment als startpunt wordt gekozen.
Vraag ook eens naar de rentevergoeding op de rekening.

  1. Onafhankelijkheid.

Kies voor een onafhankelijke beheerder. Dan weet u zeker dat er maar één belang is, namelijk het belang van de klant.
De beheerder kan alleen onafhankelijk zijn als hij uitsluitend een beheervergoeding bij de klant in rekening brengt. Meestal ligt deze vergoeding rond 1 á 1½ % per jaar. Een onafhankelijke beheerder heeft lage aan- en verkoopkosten bedongen bij de banken waarmee deze samenwerkt en geeft eventuele “bestandsvergoedingen” van beleggingsfondsen door aan de klant. Een onafhankelijke beheerder maakt meestal ook geen eigen producten waarvoor u als klant als afzetkanaal dient.

  1. Doelstelling.

Formuleer voor uzelf welke doelstelling u met uw vermogen heeft en houdt hier aan vast. Waarvoor dient het vermogen? Heeft u op termijn het kapitaal of het rendement nodig? Zoekt u een beheerder die zorgvuldig over het vermogen waakt met een redelijk rendement of gaat u voor het hoogste resultaat? Toets of de werkwijze van uw beheerder bij uw doelstelling past.

  1. Bereid u voor.

Gaat u een kennismakingsgesprek aan met een vermogensbeheerder, bereid u zich dan voor. Bekijk de website, lees de brochure en bedenk van te voren wat u wilt weten, maar ook wat u wilt vertellen. Bovenal probeer voor uzelf te formuleren waartoe het vermogen moet dienen (zie 4.).
Heeft u uw financiën goed in beeld of heeft u behoefte aan een financieel plan? Kies dan voor een onafhankelijke financiële planner. Anders dan uw accountant kijkt een financieel planner vooruit in plaats van achterom. Hieraan zijn kosten verbonden (“gratis” is in dit geval vaak erg duur).

  1. Kosten.

Let op zichtbare en verborgen kosten. Vraag ook door naar de kosten. Lage kosten zijn uw eerste rendement. Wees ook verdacht op prestatievergoedingen (ook wel performance fee, resultaatvergoedingen of “no cure no pay”). Uiteindelijk verhogen deze de kosten voor de klant meestal aanzienlijk.

Worden er “eigen” beleggingsfondsen verkocht óf voert de beheerder zelf transacties uit dan is de kans groot dat daar aan wordt verdient. Indien echter de aan- en verkooptarieven voor effecten circa 0,2% of minder bedragen, dan is er een gerede kans dat de beheerder niets verdient aan transacties.
De kosten van beleggingsfondsen bedragen (zichtbaar) al snel 1,5 %. De minder zichtbare kosten maken echter dat een beleggingsfonds in de praktijk 3 % of meer per jaar kost. Dus een portefeuille van louter alleen beleggingsfondsen kan misschien goed zijn gespreid, maar de (gestapelde) kosten drukken zwaar op uw rendement. Mogelijk ontvangt de beheerder ook een deel van de rentevergoeding op de rekening. Vraag er naar.

Bent u vrij in uw bankkeuze? ABN AMRO, BinckBank, en InsingerGilissen zijn de gebruikelijke depotbanken voor onafhankelijke beheerders.

Hoeveel transacties worden er jaarlijks gedaan? Deze kosten worden door de klant betaald. Wordt jaarlijks de portefeuille in haar geheel veranderd, dan geeft dat een behoorlijke kostenpost.
“All in” vergoedingen zijn aantrekkelijk voor u als klant maar kunnen ook aantrekkelijk zijn voor de aanbieder. Ook hier geldt weer: wordt er in (eigen) beleggingsfondsen belegd? Hoe groot zijn de instap- en uitstapkosten van de beleggingsfondsen (iets anders dan de aan- en verkoopkosten). Dit is de “spread” die u betaald. Niet gemakkelijk zichtbaar en deze bedraagt vaak enkele procenten. Een “All in” fee wil nog niet zeggen dat u helemaal geen transactiekosten of bewaarloon meer betaald. Indirect zitten deze verstopt in de beleggingsfondsen waar de beheerder eventueel in belegd.

Kan een korting worden verkregen indien meerdere (familie)vermogens bij de beheerder worden ondergebracht? Vraag er naar.

  1. Service.

Wat is het gewenste serviceniveau? Wat verwacht u van uw vermogensbeheerder? Hoe vaak wilt u bijpraten. Komt de beheerder naar u toe of komt u naar kantoor.
In het algemeen geldt, hoe groter het vermogen hoe meer service geboden kan worden. Is de man of vrouw die u spreekt straks ook uw aanspreekpunt?
Kan het beheer dagelijks zonder extra kosten worden opgezegd?

  1. Beleggingsstijl.

Kunt u zich vinden in de manier waarop wordt belegd? Vraag naar een uitleg over de manier van beleggen. Wees er op beducht dat rendement slechts één zijde van de medaille is. Wordt u overtuigd van de manier waarop de risico’s worden beheerd?

  1. Indexbeleggen.

Er zijn beheerders die uitsluitend beleggen in indexproducten. Dit zijn beleggingen die geheel of gedeeltelijk de ontwikkelingen van een beursindex of bijvoorbeeld het rendement op staatsleningen volgen. Niet alleen qua rendement, maar ook qua risico.
Indexbeleggen heeft extra risico’s en nadelen.
Allereerst is er het “tegenpartijrisico”. Is de garantie gevende instelling goed voor zijn geld én zijn de effecten die van “uw” index worden gehouden door de tegenpartij niet uitgeleend? (de uitleenvergoeding is zelden voor u). Uitlenen heeft het risico dat iets niet terugkomt.
Wilt u “volgens de beurs” belegd zijn. Spoort dit met uw doelstellingen? Moet uw vermogen reageren als een verzameling indices? Een index is een gewogen gemiddelde, dus een aandeel dat hard is gestegen, telt harder mee. Vandaar dat indices soms forser onderuitgaan dan een verzameling goed gekozen effecten.

  1. Rapportage.

Hoe vaak wordt er gerapporteerd? Eenmaal per kwartaal is een wettelijk vereiste. Is er een voorbeeld van een rapportage? Is deze begrijpelijk voor u? Wilt u online inzage in de effectenportefeuille en is dat mogelijk?

  1. Verdeel en heers of consolideer.

Indien u uw vermogen verdeeld over twee of meerdere vermogensbeheerders, dan spreidt u het risico. Verschillende beheerders hebben verschillende beursvisies en verschillende stijlen. Dat kan aantrekkelijk zijn, echter de kosten zullen daarmee relatief omhoog gaan want in het algemeen geldt: hoe groter het vermogen in beheer hoe – relatief – lager de kosten.
De regie over verschillende beheerders vraagt ook een goed inzicht van u als opdrachtgever. De beheerders zelf missen een actueel inzicht over uw totaalvermogen en kunnen de risico’s hierdoor minder goed beheren. Heeft u veel vertrouwen in de beheerder en heeft deze een goede staat van dienst, dan kunt u het vermogen concentreren. Begint u net met beleggen, dan kunt u overwegen de opbouw van effecten te doseren door in de loop van één of twee jaar het vermogen in fasen aan de beheerder toe te vertrouwen. Beschikt u over een betrekkelijk groot vermogen, bijvoorbeeld 2 of 3 miljoen euro, dan is een verdeling over twee beheerders te overwegen. Geef de beheerders identieke opdrachten mee of verdeel over beheerders die een specialisatie hebben op een bepaald gebied. Tracht hierbij in ieder geval goed overzicht te houden zowel administratief als over de risico’s die u loopt.

  1. “Onafhankelijke” doorverwijzingen, pas op!

Er komen steeds meer internetsites die u helpen bij het selecteren van een vermogensbeheerder. Deze lijken gratis, maar zijn dat niet. Deze organisaties bieden een adviesgesprek aan en verwijzen u naar de best passende vermogensbeheerder. De beheerder dient voor deze “lead” te betalen. Deze kosten komen indirect een keer ten laste van u. Bovendien, u wordt alleen verwezen naar die vermogensbeheerders waar een financiële overeenkomst is gesloten, een zeer beperkt aanbod.
Of erger nog, de site is indirect onderdeel van een vermogensbeheerder en wordt er vooral naar de (verborgen) moederorganisatie doorverwezen.
Het aanbod om eens per jaar of kwartaal met u een voortgangsgesprek te hebben, is vooral bedoelt om te kijken of u nog banden onderhoud met de vermogensbeheerder.

  1. Tekens aan de wand.

Harry Mens.
Komt de vermogensbeheerder vaak langs in het programma Business Class van Harry Mens, dan heeft de beheerder een groot marketingbudget. Veel aanbieders van onder andere teakhout en vastgoedbeleggingen die hebben aangezeten zijn inmiddels failliet en hebben de beleggers met grote verliezen opgezadeld. Wees extra alert!

Het € 100.000,- criterium.
Wordt een beleggingsproduct aangeboden waar u voor minimaal € 100.000,- in moet investeren, dan wordt u geacht een professional te zijn. De AFM houdt dan geen toezicht, ook niet als de prospectus van het product is goedgekeurd door de AFM. Wees op uw hoede!

Vrienden en bekenden.
Vraag eens na bij vrienden hoe zij hun zaken hebben geregeld én of ze tevreden zijn!

Google.
Google uw vermogensbeheerder eens en kijk wat er op internet over de organisatie of de personen te vinden is. Kijk hierbij verder dan de zoekresultaten op de eerste pagina’s, dit kan zeer leerzaam zijn.

  1. Klikt het?

Uw gevoel moet goed zijn. Wees niet alleen rationeel, maar vertrouw ook op uw intuïtie. Vind een beheerder die bij u past, waar u zich prettig bij voelt.