Doet-ie (Draghi) ’t of doet-ie ’t niet? (Nee)

27 april 2014 in Blog, Europa, Macro-economie

Een stukje historie. Twee jaar geleden op het hoogtepunt van de eurocrisis deed de monetaire voorman van Europa zijn befaamde uitspraak “whatever it takes …”. (Eurozone: onder voorwaarden zonder limieten).  De financiële markten geloofden hem op zijn woord en dat was voldoende om de rust in de eurozone te herstellen zonder enig optreden van Frankfurt, de zetel van de Europese Centrale Bank. Sterker nog, de balans van de ECB is aan het verkorten.

In 2014 is het begrip deflatie weer een issue geworden. Sinds de crisispercentage van 2009 is het prijsstijgingspercentage in de eurozone niet meer zo laag geweest. Het laatste cijfer voor Europa was 0,5% op jaarbasis in maart (woensdag 30 april komt een vers cijfer).
euroinflatie-20082014

Wat is er mooier dan zo’n laag inflatiecijfer voor een instelling die als eerste doelstelling heeft het bewerkstelligen van prijsstabiliteit in Europa?  Maar waar nu nog sprake is van desinflatie, d.w.z. steeds lagere inflatiepercentages, daar wordt gevreesd voor straks een situatie van deflatie, d.w.z. prijsdalingen. En hier wordt dan aan gekoppeld het zgn.  Japan-scenario, waarbij deflatie hand in hand gaat met jarenlange economische stagnatie.

euroinflatie 2014

Op basis van de eigen economische projecties van de ECB is het niet erg waarschijnlijk dat de instelling overgaat tot onconventionele maatregelen.  De groei in de eurozone zal aantrekken en eind 2015 zal de inflatie weer rond de 1,5% fluctueren. Een lage inflatie of zelfs een prijsdaling wordt beschouwd als een tijdelijk fenomeen.

Nu heeft de Bank het zichzelf niet makkelijk gemaakt. Na de crisis toen de monetaire verruimings-maatregelen de angst opriepen dat uiteindelijk de inflatie gierend uit de bocht zou lopen, kreeg het beleid als doelstelling een inflatie van “nabij, maar onder de 2%”. Deze bewoording gaf de ECB toen de ruimte om de prijzen te laten stijgen. Maar nu de prijzen de andere kant op gaan wordt zij er mee om de oren geslagen.  Een ouderwets geformuleerde doelstelling van “een inflatie tussen 0 en 2%”zou in de huidige situatie voor Draghi c.s. beter uitkomen.

Draghi moest dus wel reageren en hij heeft verklaard dat de lage inflatie bestreden zal worden. Desnoods met non-conventionele maatregelen. De sfeer die nu gecreëerd wordt, is dat dit ook inderdaad zal gebeuren. Hiervoor zijn in de eerste plaats verantwoordelijk de Angelsaksische analisten die sterk kijken naar het gevoerde beleid van de Federal Reserve in New York en denken dat de ECB wel moet volgen. De heel andere cultuur en mogelijkheden die de Europese beleidsmakers hebben worden daarbij achteloos opzij geschoven. In de tweede plaats hebben de grote beleggers – vaak dezelfde groep als de eerste – behoefte aan nieuwe impulsen om de aandelenkoersen op te stuwen. Nu de tapering in de V.S.  (Tapering en de EUR/USD) op gang begint te komen, zoekt men een nieuwe bron van overvloedige liquiditeiten  om de beurzen te voeden. De ECB-balans komt dan als eerste in aanmerking.

Complicerende factor voor de ECB is de sterke euro die niet alleen het Europese bedrijfsleven dwars zit, maar ook de prijzen omlaag drukt (nog versterkt door de afgelopen zwakke winter). De euro-wisselkoers is geen officieel ECB-doel, maar  is dus wel van invloed op de inflatiedoelstelling. Rechtstreek de koers van de euro beïnvloeden door valutamarktinterventies zal in dit stadium niet gebeuren. Daarvoor is ook de gelijktijdige steun van de andere grote Centrale Banken, Fed en Bank of Japan, voor nodig en die zullen hiertoe nu niet bereid zijn, omdat het hun eigen beleid zou doorkruisen.
Een zwakkere euro zal dan alleen  indirect het gevolg kunnen zijn van het monetaire beleid van de ECB of door het verkrappende beleid in de V.S.

Deze week komen de nieuwe inflatiecijfers voor Europa (dinsdag Duitsland,  woensdag eurozone). Alleen als deze fors tegenvallen, d.w.z. een sterke daling vertonen, dan kan de ECB snel een aantal bijzondere maatregelen nemen, b.v. het opkopen van private Asset Backed Securities, verlaging van de refi-rente, negatieve depositorente, nieuwe LTRO-leningen voor het bankwezen (LTRO versus de economie).

Maar de grote bazooka die de financiële markten zo graag willen, zal nu niet worden ingezet. Als de nieuwe eigen economische projecties van de ECB, die in juni verschijnen, dan kan dit proces wat worden versneld.  Maar het Beleidsbepalende Comité van de ECB gaf op 3 april aan dat men met eventuele vergaande maatregelen het liefst wacht op de uitkomsten van de Asset Quality Review van de Banken en de stresstest in oktober (Zombiebanken en de AQR).

Kortom: de markten krijgen mondelinge steun van Draghi en misschien wat botten toegeworpen in de vorm van bijzondere maatregelen. De grote wens – Quantitative Easing op zijn Amerikaans – zal de markten echter worden onthouden.  Ze zullen eraan moeten wennen.

Deel dit berichtShare on Facebook
Facebook
0Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Over de auteur

Franke Burink is partner en mede-eigenaar van Castanje Vermogensbeheer. Zijn carrière is begonnen bij ABN AMRO, hier heeft hij ruim 20 jaar met succes gewerkt als senior economist en private banker. Sinds 2000 is hij werkzaam als zelfstandig vermogensbeheerder. Vragen? Bel Franke op 073 - 30 30 260 of mail naar info@castanje.nl