Europa in rece..eh…pressie?

21 augustus 2011 in Blog, Europa, Macro-economie

eurogroei

Tegelijkertijd laten ook de V.S. weer een forse dip in de cijfers zien. Behalve tegenvallende cijfers uit de huizensector, sprongen twee regionale indicatoren eruit: de Empire State Manufacturing Index daalde van + 4 punten tot -7,7, terwijl de Philadelphia Fed Index van +3,2 ineenschrompelde naar -30,7. Dit doet denken aan het volledig stilvallen van de economische activiteit na de val Lehman Brothers in 2008.
En als de begrotingen in Europa en de V.S. dan geen ruimte meer laten om de economieën te stimuleren, kan een recessie – twee opeenvolgende kwartalen van negatieve groei – zelfs uitmonden in een depressie (langdurige periode met sterk negatieve groeicijfers).

 

Maar voordat wij ons tot allerlei doemscenario’s laten verleiden, is het goed nader naar de oorzaken van de vertraging in het tweede kwartaal te kijken. Er zijn een aantal oorzaken aan te geven:

–      Na de natuurrampen in Japan werden er problemen in de aanbodketens geconstateerd; dit lijkt al verholpen;

–      Ook weersomstandigheden waren extreem, maar dit was eenmalig;

–      Ook de sterke stijging van olie- en grondstoffenprijzen drukte de conjunctuur. Inmiddels is de trend voor deze prijzen volledig omgedraaid naar een dalende;

–      De bezuinigingsoperaties laten zich gevoelen. Aan de drang of noodzaak om nu juist – anticyclisch – meer te bezuinigen, valt echter niet te ontkomen. Dit zal dus extra negatief uitpakken;

–      Tenslotte kwam er geen extra impuls vanuit de opkomende economieën: het beleid was gericht op inflatiebestrijding en niet op stimulering. Een lichtpunt is dat verscheidene landen (India?) langzamerhand de inflatie onder controle beginnen te krijgen.

Concluderend pakte het door bijzondere oorzaken in het tweede kwartaal slechter uit, maar door de bezuinigingsoperaties hoeft niet veel van de tweede helft van 2011 te worden verwacht. Bedrijven hebben hun solvabiliteit in het algemeen goed op orde en ook financiële instellingen hebben grote stappen vooruit gezet. Op de bankbalansen staan echter grote uitzettingen op probleemlanden en daar liggen nu juist de problemen. Juist ook om het interbancaire verkeer op gang te houden is het nodig om “landen niet failliet te laten gaan”.

 

De monetaire autoriteiten zijn ten dele te hulp geschoten. In Amerika heeft het Federal Open Market Committee de rente voor twee jaar op het lage niveau gefixeerd. Een kadootje! Het zou ons ook niet verbazen als voorzitter Ben Bernanke bij de jaarlijkse bijeenkomst in Jackson Hole begin oktober een QE3-programma aankondigt.

De ECB heeft olie op de golven gegooid door Italiaanse en Spaanse staatsobligaties op te kopen (maar de monetaire impuls die hieruit volgde werd elders in het systeem weer geneutraliseerd).

 

Vertrouwen.

Voor de beurzen, maar ook voor de bedrijven is herstel van vertrouwen het belangrijkst. Dit zal niet via het aanzwengelen van de bankbilettenpers gaan. Een duidelijk en gezamenlijk antwoord op de schuldencrisis is hiervoor nodig. Zoals wij vorige week op deze plaats al aangaven hoort de Europese monetaire unie geflankeerd te worden door een begrotingsunie, waarin afspraken over tekorten en schuldniveau’s kunnen worden afgedwongen. Dat vereist een bepaalde mate van gezamenlijke garanties van de lidstaten voor elkaars overheidsschuld, gekoppeld aan een kader van gezamenlijk economisch bestuur om te waarborgen dat de landen een verantwoord begrotingsbeleid voeren (binnen het Stability and Growth Pact).

Een mogelijkheid daartoe is een belangrijke vergroting van de omvang van het Europees Financieel Stabiliteitsfonds (EFSF. Aan zo’n plan kleven echter ook nadelen. Allereerst zal, naarmate meer landen hulp nodig hebben, de financieringslast door steeds minder landen moeten worden gedragen. Dat zou met name België en Frankrijk onder druk zetten. Door de gezamenlijke uitgifte en de gezamenlijke garantie van euro-obligaties zouden sommige van deze nadelen worden weggenomen en zou binnen de eurozone bovendien een grote, liquide obligatiemarkt ontstaan.

 Op dit moment lijkt dat politiek gezien onhaalbaar, maar zoals wij al eerder aangaven: onder druk wordt alles vloeibaar. Zo stond dit weekend voor het eerst te lezen dat ook voor Minister de Jager een vergroting van het EFSF niet onbespreekbaar is.

 Kortom, een volledig tot stilstand komen van de bedrijvigheid zoals in 2008, kan worden vermeden door politieke daadkracht. Een “lichte” economische recessie is echter waarschijnlijk.

De cijfers in deze week kunnen een indicatie geven hoe snel de recessie dichterbij komt in Europa: IFO-index, ZEW, consumentenvertrouwen, Belgische leading indicator, PMI.

 Franke J. Burink
21 augustus 2011
Castanje Vermogensbeheer

frankeburink_castanjevb_2

Deel dit berichtShare on Facebook
Facebook
0Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Over de auteur

Franke Burink is adviseur bij Castanje Vermogensbeheer. Zijn carrière is begonnen bij ABN AMRO, hier heeft hij ruim 20 jaar met succes gewerkt als senior economist en private banker. Sinds 2000 is hij werkzaam als zelfstandig vermogensbeheerder. Vragen? Bel Franke op 073 - 30 30 260 of mail naar info@castanje.nl