Een andere Exit: het einde van goedkoop geld?

6 juli 2017 in Blog, Europa

Een nieuw tijdvak lonkt aan de verre horizon: kan de Nederlander eindelijk weer eens wat rente krijgen op zijn spaarrekening?

Het begon tijdens het dieptepunt van de eurocrisis in 2009 met “Grexit”, de mogelijke uittreding van Griekenland uit de Europese Unie. Sindsdien is het een populair tijdbedrijf geworden om samen-stellingen met “-exit” te verzinnen. In de praktijk is er van geen enkele exit nog iets terecht gekomen, maar de Brexit lijkt op de goede weg gerealiseerd te worden. Alhoewel …  in twee jaar onder-handelen kan er nog veel veranderen.

Een andere exit komt er ook aan. De Centrale Bankiers van de V.S., de eurozone en het Verenigd Koninkrijk geven in meer en ook minder duidelijke woorden aan, dat aan het tijdvak van ruim monetair beleid een einde gaat komen. Dat wil zeggen zou kunnen gaan komen, want zo ver is het nog niet. Na de schuldencrisis hebben wij kennis gemaakt met ZIRP en NIRP ofwel 0% rente (Zero Interest Rate Policy) en negatieve rente en ook Quantitative Easing (monetaire verruiming) en talloze andere afkortingen van de geldgoeroes in New York (Fed) en Frankfurt (ECB). En nu wordt de conclusie getrokken dat het beleid succesvol is geweest en dat langzamerhand naar een normalisatie moet worden gestreefd. De economische groei is gestabiliseerd – echter op een relatief laag niveau –  met Nederland en Spanje als positieve uitzonderingen. Teleurstellend is wel dat de doelstelling van een inflatie van rond de 2% nog uit zicht blijft door de dalende olieprijzen.

ECB-president Mario Draghi vindt het – in navolging van zijn collega Yellen bij de Fed in de V.S. – nuttig om met de financiële markten te communiceren dat er iets gaat veranderen. In die commu-nicatie kan wel eens iets mis gaan, want markten reageren vaak emotioneel en heftig. Zo daalde de dollar na de speech van Draghi in Sintra op 26 juni j.l. in één dag met 2,5 $-cent. Dit paste niet in het herstelplan van de ECB en Frankfurt moest dadelijk sussende woorden spreken.

De obligatie-markten in Europa zijn het meest overtuigd dat er iets gaat veranderen en lopen vooruit op het nieuwe beleid: in korte tijd is de kapitaalmarktrente fors opgelopen, in Nederland tot 0,65% (bovenste lijn in de grafiek) en in Duitsland tot 0,5%. Dit zijn niveaus  die al twee keer eerder dit jaar werden aangeraakt.

Of deze rente-ontwikkelingen zich doorzetten hangt in belangrijke mate af van het macro-economische plaatje.

De reële economie

Wij presenteren eerst een tabel met ramingen voor groei en inflatie van ABN AMRO Bank voor de belangrijkste blokken en geven dan ons commentaar.

BBP-groei in % Inflatie in %
2017 2018 2017 2018
V.S. 2,3 2,5 2,0 1,9
Eurozone 2,1 1,8 1,5 1,3
Japan 1,0 0,8 0,7 1,0
China 6,5 6,0 2,0 2,5
Wereld 3,5 3.6 3,3 3,3

 

Alle verhalen over verbeterde economische omstandigheden ten spijt blijkt dat nog niet zozeer uit deze ramingen en die van andere instellingen. Chinese stimuleringsmaatregelen hebben bijgedragen aan de groei van de wereldhandel in het eerste halfjaar, maar na de politieke bijeenkomsten in de herfst zal dit weer afvlakken.
Ondertussen is in de Verenigde Staten duidelijk geworden dat de impuls uit hoofde van de grote belastinghervorming en -verlaging er niet komt in 2017 en misschien wel helemaal niet. Ook de massale uitgaven voor infrastructuur laten op zich wachten. President Trump is niet in staat als verbindend figuur op te treden om wetgeving erdoor te krijgen, ook niet binnen de eigen Republikeinse partij. Er wordt al gezegd dat Donald Trump een irrelevant figuur wordt, omdat zaken langs hem heen worden geregeld. Dit gaat te ver: juist op het terrein waar hij wel macht heeft – buitenlandse handelsverdragen – kan er nog veel mis gaan.
Voorlopig blijven goede en minder goede maandcijfers elkaar afwisselen.

In Frankrijk is Emmanuel Macron tot veler opluchting aan de macht gekomen. Wij moeten afwachten of hij zijn hervormingsambities kan waarmaken. Europa, dat toch al economisch aan het opkrabbelen is, krijgt met Macron ook een impuls om de samenwerking met nieuw elan ter hand te nemen. In ons continent gaat het inderdaad beter. Het is de vraag of dat ook zo blijft als de monetaire steun van de ECB wegvalt. Vooral zorgenkindje Italië is erg afhankelijk van de steun vanuit Frankfurt.
Over het Verenigd Koninkrijk hebben wij onlangs in een column op de Castanje-site geschreven (Brexit begint; en Nederland dan?). Sindsdien zijn in korte tijd de vooruitzichten voor het land sterk verslechterd. Talloze internationale bedrijven, niet alleen banken, geven aan naar het continent te willen verhuizen. Van de één miljoen buitenlanders in London zal een groot deel vertrekken: een enorme brain drain. De harde Brexit zal ook voor Nederland negatieve gevolgen hebben.

Olie

De actie van de OPEC – lees Saoedi Arabië in samenwerking met Rusland – eind vorig jaar om de olieproductie te beperken, heeft maar in beperkte mate succes gehad. In eerste instantie werd de prijs van een vat Brent-olie richting de $ 60 gedreven (hoogste prijs $ 56,90 op 6 januari). De grote voorraden olie (en ook benzine) in de wereld namen echter niet af. Hogere olieproductie door Libië en Nigeria en vooral door de Amerikaanse schalie-olieboeren zette druk op de prijzen en de markt was teleurgesteld dat de OPEC geen verdere productiebeperkingen aankondigde. Hierop daalde de prijs weer ver onder de $ 50.

Maar … vanaf $ 45 begon Brent weer aan een opmars. De theorie is dat er een bandbreedte van $ 45 tot $ 60 bestaat. Onder de $ 45 wordt het voor schalie-olieproducenten te duur om te produceren. Boven de $ 60 wordt het ook voor marginale producenten aantrekkelijk om de markt te betreden en zal er na verloop van tijd een productie-explosie optreden. Aan Saoedi Arabië dus de bijna onmoge-lijke taak om de prijs tussen deze grenzen te houden. Het land zelf heeft echter een prijs van minimaal $ 80 nodig om de eigen begrotingsuitgaven te kunnen dekken.
In de komende periode kan de prijs worden ondersteund door een aantrekkende wereldwijde vraag. De structurele vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen gaat echter verder.

Ondanks sterk verbeterde operationele resultaten is de koers van Koninklijke Olie mee weggegleden met de wereldolieprijs: zie grafiek

Voor de meeste beleggers is echter van belang dat de cashflow zodanig is verbeterd dat er voorlopig geen gevaar is dat het dividend zal worden verlaagd. Uitgaande van een koers van € 24 mag een dividend rendement van 7 % (€ 1,72 p.a.) worden verwacht over 12 maanden. De koersschommelingen worden dan voor lief genomen.

Aandelen

De Europese aandelenbelegger heeft dit tweede kwartaal het meest geprofiteerd van beleggingen in Europa. De MSCI Europa steeg in 2017 t/m 30 juni met 6,7% (AEX: +5,0%). Aan het eind van het kwartaal begon de stijgende kapitaalmarktrente een negatieve invloed uit te oefenen. Snelle stijgers als bijvoorbeeld Unilever en LVMH moesten inleveren, terwijl de financials juist profiteerden van de gestegen rente.
Zolang echter de rente relatief en absoluut laag blijft, is het voor veel partijen aantrekkelijk op het overnamepad te gaan. Europese ondernemingen zijn zeer in zwang. Het is echter onmogelijk  voor ons om aan te geven welke onderneming het komend kwartaal op de kooplijstjes zal komen te staan.

In de V.S.  deden de beurzen het, ondanks of dankzij Trump, ook goed. Maar door de daling van de dollar met 7,6% bleef er van het aandelenkoersresultaat in dollars niets over.  Anders was het met de Amerikaanse internetaandelen (Facebook, Amazon, Netflix, Google) die een geweldige spurt doormaakten, waarbij velen zich afvroegen of er geen sprake van overdrijving was.
De beurzen van de opkomende markten deden het wederom zeer goed: +8,4%

In onze vorige kwartaalbrief legden wij uit waarom wij “beleggen met de handrem erop“.  Dit hield verband met de hoge aandelenwaarderingen. In deze situatie is in wezen geen verandering gekomen. Ook de koersontwikkelingen eind juni/begin juli geven aanleiding om onze neutrale positie nog aan te houden.

Vastrentend

Hierboven is aangegeven dat een tijdperk met hogere rentes in het verschiet ligt. Wij denken dat dat zich niet in een soepele rechte lijn omhoog ontwikkelt. Afhankelijk van de actualiteit zullen er ook periodes komen dat het optimisme daalt en de rente weer terugvalt. Dit vooruitzicht kan voor ons aanleiding zijn om wat actiever (in bescheiden mate) te acteren op obligatie-gebied.
Per saldo blijft het verwachte rendement (koerswinst plus couponinkomsten) voor gewone obligaties voorlopig nog beperkt. Het risico van koersdaling door de rentestijging is echter reëel.

Spaargeld: om de vraag te beantwoorden waarmee dit stuk begon: nee, de Nederlandse spaarder hoeft voorlopig nergens op te rekenen. Misschien dat de ECB in de tweede helft van 2018 haar beleidsrente minder negatief maakt, maar de banken zullen dat dan nog niet vertalen in hogere spaarrentes voor hun klanten.
Als de Duitse havik Weidzmann van de Bundesbank de opvolger van Draghi wordt bij de ECB in 2019, dan kan het wel sneller gaan.

Wilt u een afspraak ……

Deel dit berichtShare on Facebook2Share on Google+0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn4

Over de auteur

Franke Burink
Franke Burink is partner en mede-eigenaar van Castanje Vermogensbeheer. Zijn carrière is begonnen bij ABN AMRO, hier heeft hij ruim 20 jaar met succes gewerkt als senior economist en private banker. Sinds 2000 is hij werkzaam als zelfstandig vermogensbeheerder in partnerschap met Joris Teulings. Vragen? Bel Franke op 073 - 30 30 260 of mail naar info@castanje.nl