Hé, hé, de ECB is over de brug gekomen en wat nu?

22 januari 2015 in Blog, Europa, Macro-economie

BrugOversteken

Nooit is een monetaire maatregel die een Centrale Bank nog moest nemen, al zo grondig becommentarieerd als het ECB-programma dat vandaag (23 januari) werd aangekondigd.  Meer dan een jaar konden economen naar harte discussiëren over het obligatie-opkoopprogramma dat in navolging van de Verenigde Staten, Japan en het VK ook in de eurozone moest worden opgetuigd.

Inmiddels is besloten dat tot september 2016 in het kader van de “kwantitatieve verruiming”  elke maand voor € 60 mrd aan 0verheidsobligaties zal worden opgekocht, ca. € 1100 mrd in totaal.  Dit geld komt op de balansen van het particuliere bankwezen terecht en kan dan goedkoop worden uitgeleend aan burgers en bedrijven.
En gaat het werken?

De verzameling artikelen en krantencolumns over dit onderwerp op mijn bureau – 20 cm hoog en topzwaar – geeft een gemengd beeld weer. Globaal genomen zijn de Angelsaksische economen en perscommentatoren positief over dit instrument, terwijl in Europa – onder aanvoering van de Duitse, monetaire hardliners de meeste tegenstanders te vinden zijn. Er waren dan ook maar liefst vijf tegenstanders van dit besluit in het ECB-bestuur (twee Duitsers, Klaas Knot van DNB, Estland en Oostenrijk). Deze tegenstand heeft er ook toe geleid dat slechts 20% van het risico “gedeeld” wordt en dat de bulk van het risico bij de eigen overheden komt te liggen als het mis mocht gaan, d.w.z. een land gaat failliet

Een aantal argumenten tegen de effectiviteit:
–  Paard en water-argument: de bekende quote van Milton Friedman “je kan het paard wel naar de beek leiden, maar je kan hem niet dwingen te drinken”. Ofwel, zolang er geen vertrouwen in de toekomst is zullen burgers en ondernemers ondanks ruime kredietmogelijkheden niet uitgeven en investeren. Zie hiervoor ook de miljarden van de ECB-programma’s die al werkzaam zijn. We zeggen dan dat het monetaire transmissie-mechanisme blokkeert;
– Hervormingsondermijdend: toekomstige economische groei en herstel van vertrouwen komt pas als de economie flexibeler wordt en economische hervormingen worden doorgevoerd, met name in Italië en Frankrijk. Goedkoper geld zorgt alleen maar voor uitstel van de hervormingen en van het op orde brengen van de begrotingen;
– Goede en slechte deflatie: de trage economische groei in de eurozone en het dreigende gevaar van langdurige  prijsdalingen zou volgens Draghi c.s. ten allen tijden moeten worden vermeden. Maar de tegenstanders zeggen dat het al langzaam beter gaat en dat door de enorme daling van de olieprijs de afgelopen kwartalen, de Europese economie juist een enorme boost zal krijgen. Déze deflatie is een goede deflatie, want zij zorgt voor meer koopkracht. Geduld is voldoende;
– Europa is Amerika niet: wat in de VS (misschien) wel werkt, hoeft in de eurozone niet te werken. Daar vind een kleiner deel van de  kredietbehoefte zijn weg via het bankwezen dan in Europa. Ofwel het monetaire transmissiemechanisme grijpt in de VS veel directer op de financiële marktenen de burgers aan.

Hoe zou het moeten werken?
De Europese burger en de ondernemer krijgt dus niet rechtstreeks meer geld in handen. In eerste instantie stijgen de koersen van de schuldbewijzen (staatsobligaties) die de centrale banken opkopen. De rendementen dalen en de beleggers moeten op zoek naar hogere rendementen, bijvoorbeeld bedrijfsobligaties of aandelen. En hopelijk gaan ook ondernemers in de reële economie meer risico nemen en investeren.

Een bij-effect is dat de euro in waarde zal dalen t.o.v. de andere munten en onze export zal kunnen toenemen. Dit effect zal worden versterkt als (een groot “als”) de Amerikaanse Fed later dit jaar de rente verhoogt en de dollar verder kan stijgen.

De doelstelling voor de ECB – een inflatie dichtbij de 2% – moet dus via een (lange) omweg worden bereikt.

En in de tussentijd?
Gedurende de tijd dat het opkoopprogramma duurt zullen maandelijks € 60 mrd aan liquiditeiten hun weg moeten vinden. Zolang burgers en ondernemingen geen groot deel hiervan opeisen, zullen deze middelen hun weg vinden naar de financiële markten:
– Spaarders zullen verder worden uitgeknepen: de spaarrentes zullen richting 0% gaan. De zgnfinanciële repressie zal voortduren (column maart 2013);
– Obligatierendementen (looptijden van 2-30 jaar) zullen laag blijven/lager worden (zie grafieken hieronder);
– Koersen van aandelen en andere risicodragende beleggingen zullen worden ondersteund. Hierbij moet worden opgemerkt dat de ervaring in de VS leert dat de grootste stijging plaats vindt in de periode voorafgaande aan de bekendmaking van het programma van Quantitative Easing.

Kortom de effecten in de reële economie kunnen nog wel even op zich laten wachten, maar de financIële markten zullen er onmiddellijk mee te maken krijgen. Als vermogensbeheerder houden wij de vinger aan de pols.

Duitse NLRente 20150122

Grafiek: rendement op 10-jarige staatsleningen Duitsland (rood) en Nederland. Bron VWD

Spaanse ItaliaanseRente 20150122

Grafiek: rendement op 10-jarige staatsleningen Spanje (rood) en Italië. Bron VWD

22 januari 2015

 

Zie ook: Monetaire stimulans ECB

Deel dit berichtShare on Facebook
Facebook
0Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Over de auteur

Franke Burink is partner en mede-eigenaar van Castanje Vermogensbeheer. Zijn carrière is begonnen bij ABN AMRO, hier heeft hij ruim 20 jaar met succes gewerkt als senior economist en private banker. Sinds 2000 is hij werkzaam als zelfstandig vermogensbeheerder. Vragen? Bel Franke op 073 - 30 30 260 of mail naar info@castanje.nl