Kunnen wij iets doen tegen een nieuwe ”Lehman”?

8 september 2013 in Blog, Europa, Macro-economie

Oorzaken
In de eerste van een reeks artikelen over de crisis laat The Economist zien ( 7 september, Where’s the next Lehman?) zien dat er niet een eenduidige oorzaak van de crisis is en dat er niet één schuldige aan te wijzen (alhoewel ik zelf graag het laag-rentebeleid van Alan Greenspan als hoofdverdachte beschouw).
Maar samengevat was er in de eerste plaats een opvallende stijging van de schulden in de jaren vóór 2008, met name in de financiële sector, gevoed door een bubbel van de huizenprijzen.
Deze schuldenberg maakte in de tweede plaats extra kwetsbaar omdat door de creatie van allerlei complexe financiële producten er over en weer ingewikkelde vorderingen en verplichtingen in de financiële wereld waren ontstaan waar niemand meer zicht op had.
En in de derde plaats werd door het bewust failleren van Lehman Brothers door de Amerikaanse overheid een (nieuwe) onzekerheid voor de financiële markten gecreëerd via de vraag of overheden wel altijd als reddende engel zouden optreden.

Zoals gezegd, veel factoren speelden een rol bij het ontstaan van de crisis. Vóór 2008 waren er al barstjes te zien, zoals de ondergang van de Britse hypotheekbank Northern Rock in 2007.

Aanpak
In de afgelopen vijf jaar zijn talloze maatregels bedacht om het financiële systeem te versterken en een nieuwe crisis te voorkomen. Ook in deze column is daar veelvuldig aandacht aan geschonken.

Nadat na de crisis westerse overheden in eerste instantie veel van de onhoudbare schulden van banken, verzekeraars, maar ook van bedrijven en burgers hadden overgenomen, werd in tweede instantie duidelijk dat te grote overheidsschulden ook hun grenzen hadden. Bezuinigen om de begrotingstekorten terug te dringen werden in Amerika en in Europa het modewoord.

De schuldvraag voor de crisis of in elk geval de oorzaak werd heel duidelijk bij de banken gelegd. Het belangrijkste onderdeel van de aanpak bevat de eis van hogere kapitaalratio’s. Banken zullen steeds  meer eigen vermogen moeten aanhouden als buffer voor de risico’s die zij bij hun kredietverlening en beleggingen/investeringen nemen. Alhoewel daar al het een en ander is bereikt – Amerikaanse banken zijn in het algemeen  verder dan de Europese –  is dit proces nog niet afgerond en zal er nog veel meer aandelenkapitaal moeten worden vergaard.

Het gebrek aan vertrouwen bij burgers en ondernemingen zorgt dat het her economisch herstel traag verloopt. Ondanks een ongekend ruim monetair beleid door niet alleen de westerse centrale banken blijft de groei ondermaats.  Dit maakt het doorvoeren van maatregelen pijnlijker.  De broodnodige regelgeving om In Nederland de hypotheekschulden onder controle te krijgen, worden in een economisch wel heel lastige periode doorgevoerd.

Toch is hogere groei in zicht, ook in Europa en zelfs in Nederland. Maar vooralsnog lijkt dat alleen binnen bereik met een continuering van het ruime monetaire beleid, inclusief super lage rentes en de opkoop van obligaties door de Fed (en de belofte van de ECB dat zij dat bij crisis ook in Europa zal doen). Maar bij het eerste signaal dat de schoen van Bernanke het gaspedaal wel eens iets omhoog kan laten komen, schieten beurzen al in een stress (zie ook: Tapering en de EUR/USD).  De kapitaal marktrente die niet of veel minder door de monetaire autoriteiten kan worden beïnvloed, schiet ophoog. Zie grafiek.

intrente 20130909 bewerkt-1

De lange rente in 2013: V.S., Duitsland en Japan

Een nieuwe Lehman?
De consensus is dat er sinds 2008 veel is gebeurd om een nieuwe crisis te voorkomen, maar dat het nog niet genoeg is. Schulden zijn afgebouwd, maar nog nauwelijks  door overheden. In Japan is een nieuw experiment begonnen waarbij de staatsschuld in eerste instantie ver oploopt.
in Europa is er sprake van bezuinigingsmoeheid.

De opkomende markten hebben het de afgelopen vijf jaar goed gedaan en hun steentje aan het mondiale BBP bijgedragen. Maar daar zijn ook misvormingen gekomen. Landen met een te groot tekort op de lopende rekening en/of een te hoge kortlopende buitenlandse schuld blijken zeer kwetsbaar nu door een hogere rente in de ontwikkelde economieën daar weer een beleggingsalternatief ontstaat. Hoogvliegers van voorheen als Turkije, Colombia, Brazilië, India en Indonesië vallen ineens in negatieve zin op.

Maar het meeste werk is nog te doen bij het bankwezen in Europa. De kapitaalbuffers zullen verder moeten worden versterkt. Er komt weer een nieuwe stresstest aan voor de banken, en hopelijk ditmaal een serieuze. Er moet meer vaart worden gemaakt met de bankenunie dan via de huidige muizenstapjes.

Maar stel nu dat er toch een nieuwe schok komt die de mondiale economie bedreigt: Syrië en de olieprijs, Griekse/Portugese schuldperikelen of iets anders wat we nu nog niet kunnen bedenken.

Welke maatregelen kunnen er dan worden genomen? Gaan de centrale bankiers dan opnieuw de geldkranen opzetten, terwijl zij nog niet eens begonnen waren deze dicht te draaien? En gaan de overheden na alle broekriemoperaties weer ineens met grootschalige steunoperaties van start? Zal China dan weer van koers veranderen en met enorme stimuleringspakketten de hervormingsplannen naar achteren schuiven?
Wij kunnen het nauwelijks voorstellen. De bulk zal moeten worden opgevangen door de banken, bedrijven en burgers zelf.  Waarschijnlijk zullen de overheden als  lender of last resort zich bij een nieuwe crisis veel meer op de achtergrond houden en de pijn zal dit keer veel meer bij de andere partijen komen te liggen.

Juist vanwege dit feit en om die pijn te verzachten moeten de hervormingen die op touw zijn gezet en de versterking van het bankvermogen voortvarend worden voorgezet, juist nu. En wellicht – maar dat is het meest controversiële punt – moeten ook de overheden in Europa hun begrotingen zo snel mogelijk op orde maken, ook al druist dat in tegen de mening van economische deskundigen.

economistdomino

The Economist ziet allerlei dominostenen

Deel dit berichtShare on Facebook
Facebook
0Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Over de auteur

Franke Burink is adviseur bij Castanje Vermogensbeheer. Zijn carrière is begonnen bij ABN AMRO, hier heeft hij ruim 20 jaar met succes gewerkt als senior economist en private banker. Sinds 2000 is hij werkzaam als zelfstandig vermogensbeheerder. Vragen? Bel Franke op 073 - 30 30 260 of mail naar info@castanje.nl