Kwartaalbrief januari 2018


Blijven de bloemen dit jaar ook nog bloeien?

Het afgelopen jaar stond bol van de opvallende gebeurtenissen, die normaliter de financiële markten flink in beroering zouden hebben moeten brengen; denk aan de Noord Koreaanse kernproeven, het forse herstel van de olieprijzen, de moeizame Brexit-onderhandelingen, enz. Toch is dat opvallend genoeg niet gebeurd. Zonder onderbreking zijn de aandelenkoersen maand-op-maand gestegen.

Bij elke dip in de koersen kwamen er kopers in de markt. De VIX-indicator die de bewegelijkheid van aandelen aangeeft, blijft op record laagte-niveau’s staan. Niet alleen de gemiddelde belegger die het hele jaar in de beurzen geïnvesteerd had, profiteerde, maar ook de gemiddelde Europese burger begon nu echt iets te merken van het economisch herstel.

Wij spreken hier van “gemiddeld” omdat het lang niet voor iedereen en in alle sectoren even goed ging. In de vastrentende sfeer blijven de rendementen laag en de meeste van onze pensioenfondsen zijn nog niet toe aan het indexeren van de pensioenuitkeringen.

Zullen economie en aandelenbeurzen in 2018 net zo’n florissant beeld laten zien als in 2017? Wat betreft de conjunctuur kunnen wij kort zijn: er is geen wolkje aan de hemel en de groei zal verder aantrekken. Maar hieruit mag niet direct de conclusie worden getrokken dat dan ook het aandelenbeurzen het wel weer goed zullen doen. Over de beren op de weg naar hogere aandelenkoersen zullen wij het uitgebreid hebben, maar eerst de economie.

Uit de schaduw van 2008

Hoewel de financiële crisis alweer tien jaar achter ons ligt, beïnvloedt deze gebeurtenis nog steeds de gedachtegang van de beleidsmakers, met name de centrale bankiers in Europa, de V.S., het V.K. en Japan. En of het nu komt door hun koppig volgehouden ruime monetaire beleid of gewoon door het verstrijken van de tijd, feit is dat de economische groeicijfers veel beter zijn geworden. De indicatoren die het vertrouwen van consumenten en producenten aangeven loopt hier mee parallel. Zo is de business climate indicator van de eurozone op het hoogste niveau gekomen sinds deze reeks in 1985 wordt bijgehouden.
De voorspelbureau’s indiceren nu een economische groei van 2,5% voor de eurozone voor 2018. De werkloosheid ligt op het laagste punt sinds 2009.

Ook in de Verenigde Staten blijft het goed gaan. Bij een werkloosheidspercentage van 4,1% – bijna volledige werkgelegenheid – wordt na tien jaar monetaire stimulering de economie nog eens extra opgeschud door het belastinghervormings en –verlagingsplan van de regering Trump. Critici noemen dit ook wel olie op het vuur gooien, met mogelijk negatieve effecten op termijn. Maar voorlopig zal het Amerikaanse groeipercentage in de buurt van die van Europa blijven.

In Japan en de rest van de Wereld trekt de economische activiteit eveneens verder aan. India behoort onder de grote landen weer tot de top performer (7,2%), terwijl China een stapje terug doet (6,5%).
Inflatie en loonontwikkeling zijn in 2017 in de westerse landen ver achter gebleven bij de verwachtingen en bij de doelstellingen. Tegen het eind van het vorig jaar groeide de verwachting sterk dat in 2017 de inflatie de 2%-grens zal gaan doorbreken.

Hoe sterk zijn de beren op de weg?

Het groeiverhaal is sterk genoeg om steun te geven aan de aandelenbeurzen. De winstgroei van de beurs- genoteerde ondernemingen blijft …

Maar zoals zo vaak heb elk voordeel zijn nadeel en draagt de economische euforie het gevaar van ommekeer in zich. Stijgende prijzen en lonen kunnen leiden tot oplopende rentestanden, niet alleen van de korte rentes die de centrale bankiers beheersen, maar ook van de kapitaalmarktrentes. Als markten denken dat de beweging naar hogere rente-niveau’s beperkt kan blijven, dan is er niet zoveel aan de hand voor de aandelenkoersen. Maar dreigt er oververhitting van de economie, dan ontstaat al snel het gevoel dat een veel hoger rentepeil noodzakelijk is. Een aanpassing van het prijspeil van aandelen en andere risicodragende activa zal het gevolg zijn.

Dit scenario lijkt vooral actueel in de Verenigde Staten, maar de historie wijst uit dat Europa dan toch spoedig volgt.

Zijn aandelen nu te hoog gewaardeerd, is er misschien zelfs sprake van een zeepbel (vooral in de V.S.)? Het standaard antwoord luidt dat waarderingen weliswaar historisch gezien erg hoog zijn, vooral als die wordt gerelateerd aan het tienjarig winstgemiddelde (CAPE-index), maar dat dit wordt gerechtvaardigd door de stijgende groei- en winstcijfers en de lage rente.

Van belang is hoe snel de centrale bankiers reageren op een nieuwe economische werkelijkheid met meer inflatie. Zowel in Amerika als in de eurozone is stap-voor-stap-beleid gecommuniceerd. In Europa werd – tot voor kort – de eerste renteverhoging niet voor 2019 verwacht. Als de ECB hierin volhardt op het moment dat de inflatiecijfers veel hoger zijn dan verwacht, dan zal dat de markten zeer verontrusten. Maar zover is het op dit moment nog niet. Loon- en inflatievoorspelling is al eerder voorspeld.

Politieke onzekerheden zullen ook in 2018 spelen, maar zijn zelden in staat de financiële markten langdurig van richting te doen veranderen. De Italiaanse verkiezingen over twee maanden kunnen het anti-europese sentiment aanwakkeren als Beppe Grillo’s Vijfsterrenbeweging een overwinning behaalt.

Roteren

Marktomstandigheden kunnen snel wisselen, dat hebben wij ook in 2017 kunnen constateren. Regio’s vielen in en uit de smaak en ook de aantrekkelijkheid van bepaalde sectoren wisselde nog wel eens. Zo had Groot Brittannië te maken met de trage Brexit-onderhande-lingen en de zwakke positie van premier May. Pas aan het eind van het jaar kon de FTSE 100 aan een opmars beginnen die op het continent al eerder was begonnen.

Winnende sectoren waren de tech-aandelen (b.v. ASML), de energiesector, de biotech en ook de financiële sector, die vooruitloopt op hogere rentes. Defensieve sectoren bleven in het laatste kwartaal achter.

Opvallend is het herstel van de olieprijs. De produktiebeperkingen onder aanvoering van Saoedi Arabië en Rusland (geen OPEC-land) hebben succes gehad. Lagere voorraden en een aantrekkende wereldvraag naar energie hebben de prijs van een vat Brent inmiddels naar $ 69 gestuwd, meer dan 20% hoger dan begin 2017.

Maar de stijgende prijzen hebben ook de schaalolieboeren in de V.S. wakker geschud, die frackingboringen weer opvoeren. Zeker tot 2020 kan de schalie-oliecapaciteit de plannen van de olieproducerende landen nog in de wielen rijden. Daarna beginnen andere factoren mee te spelen, zoals de jarenlange onderinvestering in nieuwe oliebronnen en de opkomst van duurzame energie.

Koninklijke Olie heeft zich inmiddels ook aan de schalie-olie en –gas gewaagd en steekt de eerste tenen in het water van de duurzame energie-opwekking. De Nederlands-Britse multi-national heeft de problemen van een aantal jaren geleden geheel van zich afgeschud en dat is ook in de beurskoers te zien.

 

De afschaffing van het stockdividend is ook een teken van kracht, alhoewel dat voor bepaalde groepen beleggers ongelegen komt. Het dividendrendement blijft met 5,4% ($ 1,88 p.j.)aantrekkelijk. Opvallend is hoe de koers van Shell in de pas blijft lopen met de olieprijs.

Castanje blijft binnen haar aandelenbeleggingsbeleid voorzichtig opereren en een kleine overweging t.o.v. de neutrale positie hanteren. De hierboven genoemde “winnende sectoren” van het vierde kwartaal 2017, lijken nog steeds het meest aantrekkelijk.

Valuta

2017 was ongetwijfeld het jaar van de Bitcoin. Is de Bitcoin nu een geldeenheid (valuta) of een belegging? Voor Castanje is het in elk geval geen belegging. De koers is op geen enkele wijze te relateren aan een waarde die erbij in de buurt zou liggen.

$ 10 per btc of € 100.000 per btc, het zou zo maar allemaal kunnen en daarmee is het een
vorm van speculatie die niet bij ons past. Ook aan de criteria voor een munt (rekeneenheid,
ruilmiddel, oppotmiddel) voldoen de bitcoin en de andere cryptovaluta niet.

Meer in ons straatje zijn die echte munten zoals de US-dollar, het pond en de yen en hun waardering ten opzichte van onze euro. Daarmee is niet gezegd dat deze wisselkoersen makkelijk te voorspellen zijn. Het afgelopen jaar was er een “Trump-rallye” voor Amerikaanse aandelen, maar door de daling van de dollar met 12% bleef er voor de Europese belegger omgerekend in euro’s maar 5% winst over.

Ook ten opzichte van andere munten toonde de euro haar onverwachte kracht. De Zwitserse frank verloor 8,2% en het pond 3,5%, maar deze munt had al 14% in 2016 ingeleverd.
In 2018 lijkt om economisch reden op het oog de US dollar de beste papieren te hebben, maar zoals vorig jaar wordt de veerkracht van de euro-zone waarschijnlijk onderschat.

De sterke euro. 1 jan.2017=100, resp. aantal dollars, zw. franken en ponder per euro

Rente-stijging

De Verenigde Staten lopen voorop op rentegebied en Europa ligt één jaar achter. Naar verwachting zal de Federal Reserve in 2018 drie keer de beleidsrente verhogen. De onderste lijn in de linkergrafiek geeft het rendement op 2-jarig Amerikaans schatkistpapier weer (2,0%) – deze wordt het meest beïnvloed door de beleidsrente -. De stijging sinds begin september geeft aan dat de markten al anticiperen op nieuwe renteverhogingen.
De bovenste lijn is de 10-rente (2,6%): de recente stijging geeft aan dat de kapitaal-markten nu beginnen te geloven in hogere inflatie.

De rechter grafiek geeft vergelijkbare rendementen voor Nederland. De onderste blauwe lijn – de 2-jaars rente – is nog steeds negatief (-0,6%): geen sterke verwachting van actie door de ECB. De 10-jaars rente is recentelijk snel opgelopen (+0,6%), maar wijst nog niet op grote veranderingen.

Het obligatie-opkoopprogramma van de ECB wordt in 2018 gehalveerd, echter er is nog steeds monetaire verruiming. En zoals gezegd, een onverwachte loon-/ prijsversnelling in Europa (Nederland) kan dit beeld drastisch veranderen.

Voor de spaarder blijft het beeld somber: ook in 2018 rentevergoedingen rond de 0%. De belegger in obligaties met een vaste looptijd is nauwelijks beter af en loopt het risico koersverlies te boeken.

Mocht u vragen hebben of een toelichting wensen, dan horen wij dat graag.

Met vriendelijke groet,
Castanje Vermogensbeheer

 

Over de auteur

Franke Burink
Franke Burink is partner en mede-eigenaar van Castanje Vermogensbeheer. Zijn carrière is begonnen bij ABN AMRO, hier heeft hij ruim 20 jaar met succes gewerkt als senior economist en private banker. Sinds 2000 is hij werkzaam als zelfstandig vermogensbeheerder in partnerschap met Joris Teulings. Vragen? Bel Franke op 073 - 30 30 260 of mail naar info@castanje.nl