Nederland blijft achter

19 februari 2012 in Blog, Europa, Macro-economie, Nederland

 

Nederland behoort tot de zgn. “sterke landen” in Europa met nog steeds een AAA-rating. Tegelijk zijn er een aantal structurele zwakheden, die ervoor zorgen dat wij niet meer bij Duitsland kunnen aanhaken.  Ik noem een aantal van die zwaktes:

–          Het begrotingstekort kwam over 2011 uit op circa 4,9% van het BBP, meer dan verwacht en veel meer dan de Europese begrotingsregels toestaan. Dit betekent dat boven op de € 18 mrd bezuinigingen die in het regeerakkoord zijn afgesproken nog eens € 10 mrd extra moet worden gevonden. Regeringspartijen en gedoogpartner hebben te maken met een recessie in Nederland – zowel het derde als het vierde kwartaal vertoonden een negatieve groei – en zullen de broekriem op alle terreinen moeten aantrekken. Het is onvermijdelijk dat heilige huisjes – hypotheekrente, AOW-leeftijd, flexibele arbeidsmarkt – zullen worden aangepakt.

Behalve de eigen voornemens met betrekking tot de budgettaire discipline heeft Den Haag ook te maken met zes nieuwe Europese wetten ( ‘sixpack’ geheten). Daarbij kijkt de Europese Commissie niet alleen naar het tekort, maar ook naar macro-economische onevenwichtigheden in een land. Daarbij wordt een land beoordeeld aan de hand van negen indicatoren (handelsbalans, netto internationale investeringspositie, exportmarktaandeel, arbeidskosten per eenheid produkt, reële effectieve wisselkoers, private sectorschuld, overheidsschuld, kredietgroei en huizenprijzen).;

–          De Nederlandse handel is niet in balans. De export van Nederland is de afgelopen tien jaar hard gegroeid, maar vooral – en te eenzijdig – gericht op Europa (80%) en te weinig op de sterke groeiregio’s in de wereld: Brazilië, India, China. Wij zijn goed in drie sectoren, de landbouw- en voedingsindustrie, de chemische industrie en de technologische industrie. In deze sectoren is die eenzijdigheid ook goed zichtbaar;

–          Het probleem van de nationale hypotheekschuld van € 644 mrd. Decennialand was een schuld aangaan voor een eigen huis geen probleem en werd het door iedereen aangemoedigd in het kader van de vermogensvorming. Maar de afgelopen vijf jaar is de perceptie volkomen veranderd en de officiële instanties, met DNB voorop, doen er alles aan om die schuld terug te brengen. Wat zijn de feiten? In Europese context hebben Nederlandse huiseigenaren een relatief hoge hypotheekschuld, 106% van het BBP.  Het consumentenkrediet is relatief laag in Nederland (€ 28 mrd).

Tegenover deze verplichtingen staan activa: de waarde van de huizen (geschat op € 1100 mrd), de particuliere besparingen (€ 358 mrd), aandelen en andere financiële waarden (€ 86 mrd) en de pensioenbesparingen (€ 990 mrd).

Het probleem zit er niet in dat er te weinig besparingen in Nederland zijn, maar dat deze “te weinig” via het bankwezen lopen (maar via de pensioenfondsen).

Nederlandse banken zorgen voor de bulk van de hypothecaire financiering, maar hebben structureel te weinig besparingen in de boeken: er is een zgn. funding gap van € 300 mrd. Banken moet dus op de markt relatief kortlopende middelen aantrekken om deze lang uit te lenen.

In een situatie  waarin huizenprijzen langdurig dalen, kan dus de nettovermogenswaarde van huishoudens negatief worden. De RABO Bank schat dat huishoudens die in 2005 of later een huis hebben gekocht een negatieve vermogenswaarde hebben (waarde huis minus schuld). Bij een verdere, langdurige verslechtering van de economische situatie zouden banken dus in de problemen kunnen komen. Hun toegang tot geld- en kapitaalmarktmiddelen kan dan (opnieuw) opdrogen.

De weg die nu wordt bewandeld om dit complexe probleem op te lossen, is door geforceerd trachten de hypothecaire schuld van de huishoudens terug te dringen. Een logische gedachte, maar één die met zich meebrengt dat de huizenmarkt in Nederland verder op slot raakt en huizenprijzen de neiging hebben extra te dalen;

–          Een discussie die voortdurend opkomt is of Nederland wel voldoende ´maakindustrie” heeft en of wij de bestaande industrieën wel kunnen behouden. Ons onderwijs levert te weinig technici en ingenieurs af. Dit probleem hangt samen met de hiervoor genoemde onevenwichtigheid in de Nedrlandse handel.

De consensusopvatting is dat de recessie in de tweede helft van 2012 in elk geval in de noordelijke landen van Europa ten einde zou kunnen komen en dat ook Nederland weer economische groei kan vertonen. Zoals hierboven aangegeven zijn er argumenten om de herstelcapaciteit van de Nederlandse economie lager in te schatten.  Ook De Nederlandsche Bank noemt in haar Economische Ontwikkelingen en Vooruitzichten (december 2011, nr. 2) een “ langzamer en veel zwakker herstel is niet uitgesloten”. DNB verwijst naar studies van Reinhart en Rogoff die aantonen beweren dat na een financiële crisis  het herstel veel langer kan uitblijven dan na een “gewone” recessie, zodat een langjarige stagnatie een risico vormt.

Nederland behoort nog tot de economisch-sterke landen van Europa.  Als mainport van het Europese achterland hebben wij een zeer sterke positie in de doorvoerhandel en alles wat daar mee samenhangt. Tegelijkertijd zijn er aantal structurele zwakheden die onze positie aantast en die ervoor kan zorgen dat onze economische groei trager herstelt dan nu verwacht.
De Nederlandse ondernemingen die in de AEX zijn vertegenwoordigd hebben echter minder last van deze zwakheden en halen het grootste deel van hun omzet en winst uit het buitenland. De AEX hoeft dan ook geen weerspiegeling te zijn van de conjunctuur in ons land. Dit geldt overigens niet voor alle beursondernemingen.

Franke J. Burink

Castanje Vermogensbeheer
19 februari 2012

frankeburink_castanjevb_2


Deel dit berichtShare on Facebook
Facebook
0Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Over de auteur

Franke Burink is adviseur bij Castanje Vermogensbeheer. Zijn carrière is begonnen bij ABN AMRO, hier heeft hij ruim 20 jaar met succes gewerkt als senior economist en private banker. Sinds 2000 is hij werkzaam als zelfstandig vermogensbeheerder. Vragen? Bel Franke op 073 - 30 30 260 of mail naar info@castanje.nl