Het afgelopen kwartaal in een notendop: Inflatie naar ongekende hoogte

22 april 2022 in Blog

Nieuwsbrief  2-2022

De ontwikkelingen in de wereld volgen elkaar in een razendsnel tempo op.
Zo dachten we dat alles weer wat normaal zou worden, nu de coronapandemie op zijn retour lijkt. Maar niets is minder waar: de wereld staat inmiddels op zijn kop door de oorlog in Oekraïne. Onze visie op de ontwikkelingen leest u in deze nieuwsbrief.
In deze nieuwsbrief vertellen we u ook meer over het ‘dossier Duurzaamheid’. Een interessant onderwerp dat ook in de wereld van beleggen een steeds belangrijker plek inneemt.

Wij wensen u veel leesplezier!

Het afgelopen kwartaal in een notendop: Inflatie naar ongekende hoogte

Aan het begin van 2022 leek de wereld -na twee jaar- minder gevolgen te ondervinden van covid-19, ondanks de omikron variant die toen oplaaide. Inmiddels is covid-19 inderdaad grotendeels uit ons dagelijkse beeld verdwenen. Niet omdat er geen lockdowns meer zijn; integendeel, de laatste weken zijn in China op grote schaal beperkingen opgelegd vanwege een nieuwe uitbraak van het coronavirus. Maar inmiddels lijken de covid-19 besmettingen milder te verlopen dan voorheen. Daardoor en als gevolg van de oorlog in Oekraïne lijkt de pandemie meer naar de achtergrond te verdwijnen. Bijna niemand had voorzien dat de dreiging, die was ontstaan door de verplaatsing van de Russische troepen richting Oekraïne, daadwerkelijk in een oorlog zou uitmonden. Politieke verhoudingen in de hele wereld staan weer op scherp en de sancties die werden uitgeroepen, hadden directe gevolgen voor sommige bedrijven. Het effect op de toch al hoge olie- en gasprijzen zal niemand zijn ontgaan. De Organisation for Economic Cooperation and Development (OECD) heeft becijferd dat de economische groei in de wereld door de oorlog 1%-punt minder zal bedragen, vooral in Europa zullen we daarvan de effecten merken. Het effect op de inflatie wordt forser ingeschat: deze zou volgens de OECD zelfs 2,5%-punt hoger zijn. De huidige verwachting voor economische groei in 2022 in de wereld bedraagt 4%, deze is vóór inflatie opgelopen naar 5,1%.

Door de enorme stijging in de prijzen van energie zal de inflatie langer dan verwacht hoog blijven. Deze aanpassing in de verwachting –niet meer “tijdelijk”- betekende een behoorlijke verschuiving van de waarderingen op de markten. Weliswaar daalden de koersen van aandelen in het eerste kwartaal, de koersen van veel obligaties daalden sterker.

De hogere inflatie had namelijk vooral een flinke stijging in de rente tot gevolg. De 10-jaars rente op Staatsobligaties in Duitsland steeg in het eerste kwartaal met ruim 70 basispunten naar 0,6%. Hiermee kwam een einde aan de negatieve rente die sinds maart 2019 op 10-jaars Duitse Staatsobligaties werd vergoed. Voor Nederlandse 10-jaars Staatsobligaties was het beeld vergelijkbaar, de Amerikaanse 10-jaars rente op Staatsobligaties steeg in nog sneller tempo tot bijna 2,5%.
Dergelijke rentetarieven zijn nog steeds laag, maar het tempo en de mate waarin de rente is gestegen, is redelijk uitzonderlijk. Al is het in het perspectief van de hoge inflatiecijfers dit jaar te verklaren. In de grafiek hieronder is te zien wat het verloop van de 10-jaars rente in Nederland is geweest.

Deze snelle stijging van de rente had gevolgen voor de koersen van obligaties. Koersen van obligaties met een langere looptijd daalden sterker dan die van leningen met kortere looptijden. Zo daalde de koers van Eurozone obligaties met een looptijd tussen de 7 en 10 jaar met 6,3% en was de koersdaling van Eurozone obligaties met kortere looptijden (1-3 jaar) met 1% meer bescheiden.
Ook op de aandelenmarkten was sprake van een onrustig eerste kwartaal. Koersen reageerden in eerste instantie sterk op de rentebeweging en vervolgens op de uitbraak van de oorlog. Verder was er een aanzienlijk verschil in koersontwikkeling tussen sectoren. Zo stegen aandelen van oliebedrijven met flinke percentages (de wereld sectorindex van energiebedrijven met 30%), terwijl meer rentegevoelige aandelen in de sectoren technologie, luxegoederen en industrie met 7-9% daalden. Op de dieptepunten die in de eerste week van maart werden bereikt, waren de dalingen nog sterker. Vervolgens zette een herstel in en sloten veel aandelenkoersen de maand maart positief af.
Al met al was het eerste kwartaal een negatief kwartaal. Vooral vanwege de ernstige gevolgen voor veel mensen en de wereldvrede. Verder zorgde de onrust op de financiële markten voor negatieve rendementen. Het besef dat -zeker in Europa- de afhankelijkheid van sommige landen of grondstoffen (te) groot is geworden, heeft geleid tot een oproep tot gedeeltelijk terugdraaien van de globalisering, met op langere termijn (negatieve) gevolgen voor groei en inflatie.

Beleid Centrale Banken sneller aangepast

In de vorige nieuwsbrief is de stijging van de inflatie en het mogelijke effect hiervan op het beleid van de Centrale Banken aan bod gekomen. De Banken hadden destijds de verwachting dat de inflatie na het eerste kwartaal van dit jaar in een meer “normaal” patroon van stijgingen zou komen.
Nieuwe data (en de oorlog) hebben geleid tot aanpassingen in het beleid van de Centrale Banken. Na jaren van verruimend monetair beleid is nu een fase van verkrappen (sturen op verminderen van de geldhoeveelheid in de markt) aangebroken. Zo is de Amerikaanse Centrale Bank (Fed) al in maart gestart met het verhogen van de beleidsrente. Dit is het belangrijkste officiële rentetarief dat banken gebruiken voor het uitlenen van reserves tot de volgende dag en is de basis voor veel rentetarieven.

De Fed heeft deze rente verhoogd tot een bandbreedte van 0,25%-0,5% en aangekondigd dat het opkopen van obligaties versneld wordt afgebouwd. In de beslissingen van de Fed over het monetaire beleid speelt naast inflatie werkgelegenheid een belangrijke rol. In de VS is in het afgelopen jaar de werkeloosheid flink gedaald.
Dit onderbouwt het beleid om te verkrappen om zodoende de economie af te koelen. De verwachting in de markt is inmiddels dat de Fed de rente de komende maanden verder zal verhogen tot een bandbreedte van 2,25%-2,5% begin volgend jaar.

Hieronder de verwachtingen over deze rente in de markt aan het einde van 2021 (donkerblauw) en de hogere verwachtingen van begin april (lichtblauw)

In Europa is de situatie voor de Europese Centrale Bank (ECB) anders. De ECB is vanwege de inflatiecijfers bijna genoodzaakt om “iets” te doen. Immers een belangrijke taak van de ECB is zorgen voor prijsstabiliteit. Er zal waarschijnlijk bij de komende vergadering een aankondiging van het stopzetten van opkopen van obligaties worden gedaan. Vervolgens zal ook de beleidsrente verhoogd worden, zodat het lenen van geld duurder wordt. Deze instrumenten zorgen ervoor dat de economische groei wordt geremd en de inflatie lager zal worden. Waar eerder gerekend werd op een verhoging van de rente in 2023, is nu de verwachting dat de ECB dit in december van dit jaar zal gaan doen.
De ECB houdt in haar beleid niet alleen rekening met de inflatie. Ook de ontwikkeling van de economie en het effect van de prijzen en rente daarop worden in de beslissingen meegenomen. Door de sterkere afhankelijkheid van (grondstoffen uit) Rusland en Oekraïne zal de Europese economie getroffen worden door een hoge inflatie en bestaat het risico dat de economie sterk afkoelt. Daarnaast zijn er verschillen (in rente en schulden) tussen de landen in de Eurozone, zodat dosering en timing van het verkrappen voor de ECB moeilijk zijn.

Inverse rentecurve

De stijging in de rente speelde zich in de meeste landen af en ook voor de meeste looptijden. Normaal gesproken is het rentepercentage hoger naarmate de looptijd van een lening langer is. Een belegger die een obligatielening koopt, zal namelijk een vergoeding willen voor het grotere risico (bijvoorbeeld waardevermindering door inflatie) dat wordt gelopen als de looptijd van de obligatie langer is. Dit wordt vertaald in het rentepercentage. De rentepercentages afgezet tegen de looptijd representeren een rentecurve. Zodra de verwachtingen zoals voor inflatie veranderen, verandert het verloop van de rentecurve.

In de VS was aan het einde van 2021 de rente op Staatsleningen met een looptijd van 2 jaar 0,73%. Voor Staatsleningen met een looptijd van 10 jaar was dat 1,51%. Onderliggend geeft dat de verwachting weer van economische groei en toenemende inflatie. Door de relatief snellere stijging van de 2-jaars rente is het verschil tussen de 10-jaars en 2-jaars rente geslonken naar bijna 0. Dit is te zien in de volgende grafiek:

Het rode staafdiagram geeft het verschil tussen de 10-jaars en 2-jaars rente weer. Zoals verwacht is het verschil meestal positief. Recentelijk is dit naar 0 of op sommige dagen net onder 0 gedaald. Wat betekent dat? Op de financiële markten is een inverse rentecurve (de rente op kortlopende obligaties is dan hoger dan de rente op langlopende obligaties) een indicatie voor een recessie.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het verschil tussen de 2-jaars en de 10-jaars rente hiervoor de beste voorspelling geeft. Bij 6 recessies sinds 1970 was de 2-jaars rente vanaf anderhalf jaar vóór de recessie hoger was dan de 10-jaars rente. Op dit moment is er nog geen inverse curve, maar dit lijkt op korte termijn zeker mogelijk.
De economische omstandigheden en de verwachtingen daarover zullen vervolgens de mate van optreden van de Centrale Banken bepalen. De gevolgen voor de financiële markten zijn daarom niet op voorhand te bepalen, nog afgezien van de vraag of er dan daadwerkelijk een recessie volgt. In onze visie op de beleggingsmarkten worden verwachtingen daarover meegenomen.

Wat deed uw vermogensbeheerder in het eerste kwartaal?

Zoals hiervoor beschreven stond het eerste kwartaal vooral in het teken van de snel oplopende rente, met name in maart. In geval de rente stijgt, dalen de koersen van obligaties. In de portefeuilles zijn in 2021, vanwege onze verwachting van een stijging in de rente, aanpassingen gedaan in de vastrentende waarden. Door het afbouwen van (langer lopende) Staatsobligaties, het opnemen van obligaties met een variabele rente is de gemiddelde looptijd van de obligaties in de portefeuille verlaagd. Het effect van een rentestijging op de koersen is dan kleiner, al zijn vastrentende waarden hiervoor niet compleet ongevoelig. Wij hebben in de loop van het kwartaal geen verdere aanpassingen gedaan in de beleggingen in vastrentende waarden.
Het uitbreken van de oorlog in Oekraïne zorgde ervoor dat de prijzen van olie en gas sterk opliepen. Ook kwam de rentestijging in een stroomversnelling. Dit zorgde voor verdere koersstijgingen van aandelen in de sector “Energy”. Ondanks de sancties, waarmee bedrijven worden geconfronteerd en die zeker gevolgen hebben voor de bedrijven die deelnemingen/activiteiten in Rusland hebben, handhaven wij de verwachting van een voorlopig hogere vraag en prijsniveau van olie en gas en daarmee goede omstandigheden voor bedrijven in deze sector.
Sinds het begin van dit jaar maakt Castanje Vermogensbeheer onderdeel uit van Sequoia Vermogensbeheer. Al langer werken wij aan een gezamenlijke beleggingsvisie op de financiële markten. Onze huidige beleggingsvisie is “licht positief” voor zakelijke waarden. Er is gematigde economische groei in combinatie met stijgende rente, verwachtingen voor omzetten en winsten van bedrijven zijn positief. De waardering van de aandelenmarkt ten opzichte van de obligatiemarkt is aantrekkelijker geworden. Daarom is in het eerste kwartaal voor relaties van Castanje het gewicht van zakelijke waarden meer in lijn gebracht met onze gezamenlijke beleggingsvisie. Dit is, daar waar nodig, uitgevoerd door verkoop van een deel in vastrentende waarden. Deze verandering zorgt ervoor dat de portefeuille minder gevoelig is geworden voor verdere rentestijgingen en zal profiteren van verdere economische groei.

Vooruitblik naar de komende maanden

In de afgelopen maanden hebben we gezien hoe snel verwachtingen aangepast kunnen worden en welke invloed dat heeft op de beleggingen. Ons uitgangspunt blijft dat bij beleggen de doelen voor de langere termijn in het oog gehouden moeten worden. Veranderingen in de portefeuille zullen worden gedaan als onze visie op de markten verandert. Momenteel zijn er allerlei scenario’s denkbaar. De oorlog speelt daarin een belangrijke rol. Ons basisscenario is dat de wereldeconomie dit jaar een flinke deuk oploopt, maar met ongeveer 4% blijft groeien. Door de hoge inflatie zullen Centrale Banken verder ingrijpen; in Europa is dit ingewikkeld door bijvoorbeeld de verschillen tussen Noord en Zuid en door de sterkere afhankelijkheid van grondstoffen uit Rusland/Oekraïne. De Amerikaanse economie is sterker en ondervindt hiervan minder gevolgen. Ook de opkomende landen waar grondstoffen een belangrijke rol spelen (Zuid-Amerika/Azië) zullen blijven groeien. Veel bedrijven blijven in staat om gezonde omzet- en winstgroei te realiseren. Door de koerscorrecties in het eerste kwartaal is veel negatief nieuws ingeprijsd. Voor ons zijn dit redenen om onze licht positieve visie op zakelijke waarden te handhaven. De rente is in snel tempo opgelopen, al is de stijging naar verwachting nog niet ten einde. Voorlopig zijn de rentevergoedingen op (nieuwe) obligatieleningen nog altijd laag en is de beloning voor het risico dat wordt gelopen op verdere rentestijgingen beperkt. Voor beleggingen in vastrentende waarden handhaven wij de invulling van de portefeuille: nadruk op obligaties met variabele rente en kortere looptijden.
Door de hoge inflatie zal het voor bedrijven moeilijker worden om marges in stand te houden. Bij de invulling van de portefeuille is een voorkeur voor aandelen die profiteren van de hoge prijzen van energie en andere grondstoffen. Wij denken dat deze prijzen voorlopig hoog blijven, ook in het geval er een snel einde komt aan de oorlog. Koersen van aandelen van bedrijven in de informatietechnologie zullen nog altijd geraakt worden door rentestijgingen. Wel denken wij dat binnen deze sector onderscheid gemaakt moet worden: bepaalde bedrijven zijn belangrijk voor de groei en de waardering is meer normaal. Verder verwachten wij dat bestedingspatronen van consumenten zullen veranderen door de hoge (energie)prijzen, al zijn de spaartegoeden hoog. Mogelijk zullen wij in de komende maanden in deze sectoren wijzigingen aanbrengen.

Dossier duurzaamheid: wordt beleggen in
wapens, kolen en kernenergie duurzaam?

Sinds maart vorig jaar is in Europa de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) van kracht. De SFDR bouwt voort op de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties en het Klimaatakkoord van Parijs. Het doel van de SFDR is om de informatieverstrekking aan beleggers, over de effecten op duurzaamheid door het beleggingsbeleid en de beleggingsbeslissingen door financiële marktpartijen, te verbeteren.

17 duurzame doelstellingen van de Verenigde Naties:

De introductie van de volgende fase in deze duurzame regelgeving is uitgesteld tot 2023. Het gaat dan om het geheel van regels en bepalingen (taxonomie) aan de hand waarvan activiteiten of producten al dan niet als duurzaam gekwalificeerd mogen worden. De discussie die hierover is losgebarsten is namelijk zo gecompliceerd dat meer tijd nodig blijkt te zijn. Zo heeft de Europese commissie gas en kernenergie tijdelijk en onder voorwaarden een groen etiket gegeven omdat deze twee energiebronnen voorlopig ingezet moeten worden om een overgang naar een schonere samenleving te versnellen. Niet uitgesloten is dat dit standpunt formeel aangevochten gaat worden.
De Russische inval in Oekraïne heeft nieuwe dimensies aan de complexe duurzaamheidsdiscussie toegevoegd. Waar de laatste jaren bij duurzaamheid (ESG) veel aandacht werd gegeven aan klimaat en milieu (E-nvironmental) verschuift de aandacht nu ook naar de G van G-overnance. Er wordt daarbij gewezen op het belang van politiek bestuur van een land en politiek in het algemeen. Daarnaast wordt links en rechts geopperd dat (defensieve) wapensystemen wellicht als duurzaam moeten worden beschouwd. Duurzaam omdat het bijdraagt aan het veilig houden van onze vrije levenswijze en (democratische) overtuigingen.
Misschien dat gas ook alsnog als niet duurzaam moet worden bezien omdat Rusland grote gasreserves bezit en exporteert. U ziet, meningen kunnen ver uiteen liggen en door maatschappelijke ontwikkelingen zal het begrip duurzaamheid zich blijven ontwikkelen door de tijd heen.
Wij volgen de ontwikkelingen op de voet en houden u op de hoogte. Als u vragen heeft over duurzaamheid en de manier waarop wij daar bij de beleggingen rekening mee (kunnen) houden: stel ze aan uw vermogensbeheerder.

“Onze drijfveer is een tevreden klant. Daar
doen we alles voor”

In januari gingen Sequoia Vermogensbeheer en Castanje Vermogensbeheer samen verder. Naar aanleiding daarvan brachten beide vermogensbeheerders een gezamenlijk magazine uit. Daarvoor interviewden we Aggie Spijkers en Mark-Jan Bender. Aggie en Mark-Jan zijn twee van onze nieuwe collega-vermogensbeheerders. Ze houden van hun werk. Ze geven advies en beheren vermogens. Maar eigenlijk is het volgens Aggie Spijkers veel meer dan dat: “Vermogensbeheer is een abstract en beperkt begrip. Wij kijken vooral naar de mens achter de klant. Naar hun drijfveren, wensen en behoeften. We leren hen en vaak ook hun familieleden goed kennen, waardoor we passend advies kunnen geven.” Mark-Jan: “Dat gaat er bij veel grote bankorganisaties vaak heel anders aan toe. Die kijken vooral naar aantallen en veel werk wordt gestandaardiseerd. Bij ons niet. Omdat wij minder klanten in onze portefeuille hebben, werken we heel persoonlijk met veel tijd voor de klant. We bouwen zo een vertrouwensrelatie op.”

Aggie: “Op die manier signaleren we ook andere behoeften. We nemen de klant als het ware aan de hand mee. Omdat we samenwerken met notarissen, accountants en andere specialisten is altijd een passend advies of oplossing dichtbij.” Mark-Jan: “Onze drijfveer is een tevreden klant. Daar doen we alles voor. Het mooiste vind ik als een klant zelf een nieuwe klant aandraagt. Dat is het ultieme compliment.” Aggie: “Wat ons werk zo mooi maakt? We zorgen voor overzicht en inzicht en creëren daardoor een stuk rust. Dat doen we vanuit oprechte interesse die we hebben in onze relaties.” Mark-Jan: “Hier op kantoor werken mensen die dat ook echt in hun DNA hebben zitten. We leren graag nieuwe mensen met nieuwe verhalen kennen. En dan is het prachtig als je met je advies ook nog eens van toegevoegde waarde kunt zijn. Aggie en Henk-Jan zullen voor diverse Castanje cliënten als tweede aanspreekpunt gaan fungeren.

 

Deze nieuwsbrief is een publicatie van Castanje Vermogensbeheer en verschijnt vier keer per jaar.
Zuidwal 4-B, ‘s-Hertogenbosch, 073 30 30 260, www.castanje.nl, info@castanje.nl.
Copyright ©2022, Castanje Vermogensbeheer B.V.
De artikelen in deze nieuwsbrief zijn met de grootste zorgvuldigheid samengesteld door Castanje Vermogensbeheer.
Research hiervoor is verricht door Castanje Vermogensbeheer.
Aan de publicatie(s) kunnen geen rechten worden ontleend. Castanje is niet aansprakelijk voor enige schade die het gevolg is van beleggingsbeslissingen die worden gemaakt op basis van deze publicatie(s). Castanje Vermogensbeheer staat niet in voor de juistheid en volledigheid van informatie en aanvaardt daarvoor geen aansprakelijkheid.
Deel dit berichtShare on Facebook
Facebook
0Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Over de auteur

Kunnen wij u helpen? Bel Castanje vermogensbeheer op 073 - 30 30 260 of mail naar info@castanje.nl