Kenmerken van financiële instrumenten

Aan alle vormen van beleggen zijn risico’s verbonden. Een beleggingsonderneming is verplicht een klant hierop te wijzen. De risico’s zijn afhankelijk van de beleggingscategorie. Een belegging kan in meer of mindere mate speculatief zijn. Meestal geldt dat een belegging met een hoger verwacht rendement grotere risico’s met zich mee brengt. Zeker bij beleggen in buitenlandse financiële instrumenten kan de overheidspolitiek in het desbetreffende land gevolgen hebben voor de waarde van de belegging. Daarnaast dient bij het beleggen in financiële instrumenten die in een andere muntsoort noteren dan de euro, rekening te worden gehouden met het valutakoersrisico.

Hieronder worden allereerst de belangrijkste risico’s bij het beleggen beschreven en vervolgens de kenmerken van de financiële instrumenten waarin kan worden belegd en de daaraan verbonden specifieke beleggingsrisico’s.


 

Beschrijving van de belangrijkste risico’s

Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico hangt af van het volume van de transacties in het effect en van de free float (het aantal vrij verhandelbare aandelen of obligaties). Bij onvoldoende liquiditeit van de markt loopt de belegger het risico zijn effecten of een deel van zijn effecten niet tegen de gewenste prijs te kunnen kopen of verkopen.

Valutarisico

Als een beleggingsproduct genoteerd is in een andere muntsoort (dan de euro) loopt u een valutarisico. Deze andere valuta kunnen in waarde stijgen of dalen ten opzichte van de euro en daarmee ook de betreffende effecten.
N.B. De waarde van ondernemingen binnen het eurogebied kan worden beïnvloed door hun activiteiten in landen met een andere munt.

Koers- en marktrisico

De koers van aandelen kan aan onvoorziene schommelingen onderhevig zijn, waardoor er risico op verlies bestaat. Koersstijgingen of -dalingen op korte, middellange of lange termijn wisselen elkaar af, zonder dat het mogelijk is de lengte van een dergelijke cyclus te bepalen. In principe moet er onderscheid worden gemaakt tussen het algemene marktrisico en het specifieke risico. Het marktrisico is het risico dat samenhangt met de volatiliteit of beweeglijkheid van de financiële markt. Het specifieke risico is het risico dat samenhangt met de volatiliteit of beweeglijkheid van de individuele beleggingen in de portefeuille, afhankelijk van de resultaten van het beleggingsproduct zelf.

Debiteuren- of kredietrisico

De koper van aandelen is geen schuldeiser, maar een kapitaalinbrenger waardoor hij of zij mede-eigenaar van de kapitaalvennootschap wordt. Er wordt deelgenomen aan de ontwikkeling van de vennootschap en aan de daaraan verbonden kansen en risico’s, hetgeen tot onverwachte ontwikkelingen van de belegging kan leiden. In het uiterste geval kan het voorkomen dat de uitgevende vennootschap failliet gaat, hetgeen volledig verlies van de belegde sommen tot gevolg kan hebben. Dit zgn. faillissementsrisico zal groter zijn op minder gereguleerde markten
Obligaties worden meestal uitgegeven door overheden of ondernemingen, de debiteuren van de obligatie. De hoogte van de rentevergoeding (bij uitgifte) en in een later stadium de koers van de obligatie hangt onder meer samen met de kredietwaardigheid van de debiteur: hoe lager de kredietwaardigheid, hoger de rente en hoe lager de koers. Kredietbeoordelaars als Standard & Poor’s en Moody’s geven ondernemingen en de obligaties die zij uitgeven vaak een “rating”, een beoordeling over de kredietwaardigheid.
Obligaties of gestructureerde producten van banken lopen het extra risico van een zgn. bail-in. De Europese Centrale Bank Autoriteiten kunnen beslissen dat banken die in problemen zitten hun rente- en/of aflossingsverplichtingen moeten uitstellen of zelfs schrappen of dat de producten worden omgezet in aandelen. Zo is minder overheidsgeld nodig om een bank van een faillissement te redden.

Renterisico

De relatieve onzekerheid met betrekking tot de rentevoet heeft tot gevolg dat de koper van een vastrentend effect het risico van een koersdaling loopt als de rentevoet stijgt. De gevoeligheid van een obligatie voor een koersstijging hangt met name af van de resterende looptijd en van het nominale niveau van de rente.
Als de marktrente daalt wordt er bij obligaties een herbeleggingsrisico gelopen, het risico namelijk dat u als uw obligatie afloopt niet kunt (her)beleggen in een soortgelijke obligatie met een vergelijkbaar rendement.
Ook de koers van aandelen kan worden beïnvloed door renteveranderingen. Zo moeten ondernemingen bij een stijging van de marktrente in het algemeen een hogere rente op hun leningen betalen.

Overige risico’s

We noemen hier nog het inflatierisico (het risico dat de koopkracht van de euro afneemt), het politieke risico (overheidsmaatregelen die de belegger benadelen, ook b.v. in nieuwe wetgeving) en het psychologische risico (tendensen, opinies of geruchten die belangrijke koersveranderingen tot gevolg kunnen hebben).

Beschrijving van de belangrijkste kenmerken

Aandelen

Aandelen zijn deelnemingen in het aandelenkapitaal van een vennootschap. De aandeelhouder mag zich – economisch gezien – beschouwen als een bezitter van een deel van het vermogen van een onderneming. Aandelen kunnen op naam zijn gesteld of aan toonder luiden. Bij aandelen is sprake van risicodragend kapitaal. In geval van faillissement kan de waarde terug lopen tot nul. De waardeontwikkeling is vooral afhankelijk van de gerealiseerde en verwachte bedrijfsresultaten en de dividendpolitiek van de betrokken vennootschap. Aandeelhouders komen pas voor dividend in aanmerking, nadat alle overige kapitaalverschaffers het aan hen toekomende rendement hebben ontvangen. De risico’s van een belegging in aandelen kunnen dus zeer verschillend zijn, afhankelijk van onder meer de ontwikkelingen bij de onderneming en de kwaliteit van het management.

Certificaten van Aandelen

Certificaten van aandelen zijn effecten die originele aandelen vertegenwoordigen. De aandelen zelf zijn meestal in beheer bij een administratiekantoor. Certificaathouders zijn als het ware deelgerechtigd in de onderliggende aandelen. Niet alle rechten die zijn verbonden aan aandelen, zijn ook van toepassing op certificaten van aandelen (vaak is bijvoorbeeld het aan aandelen verbonden stemrecht beperkt). De risico’s zijn in principe dezelfde als de risico’s bij gewone aandelen.

Preferente Aandelen

Preferente aandelen hebben een preferent karakter ten aanzien van de winst maar zijn tevens achtergesteld wat betreft uitbetaling van kapitaal als het bedrijf in de problemen komt. Voor een vastgestelde termijn staat het dividend op een bepaald percentage. Als het bedrijf een jaar overslaat met dividend betalen wordt bij de cumulatieve preferente aandelen het dividend alsnog een jaar later uitbetaald naast het reguliere dividend. Het bedrijf heeft bij de uitgifte van de preferente aandelen een eerste call datum vastgesteld waarop het bedrijf het recht heeft de aandelen af te lossen tegen de nominale waarde. De veranderingen in de waarde van preferente aandelen gaat ongeveer gelijk op met de veranderingen in waarde van obligaties.

Aandelen onroerend goed fondsen

Op de beurs zijn een groot aantal beleggingsfondsen genoteerd die uitsluitend beleggen in onroerend goed. Soms gedeeltelijk met geleend geld. De portefeuilles in die beleggingsfondsen hebben vaak een specifiek karakter zoals kantoorpanden, winkelcentra, woningen of ander onroerend goed. Daarnaast speelt de mondiale of regionale spreiding een rol bij de beoordeling van het fonds. De meeste onroerend goed fondsen keren het grootste gedeelte van de winst in de vorm van dividend uit aan de aandeelhouders. De beurswaarde kan afwijken van de intrinsieke waarde omdat de beleggingsfondsen een closed-end structuur hebben, waardoor er geen doorlopende uitgifte- en inkoop van eigen aandelen plaats vindt. De intrinsieke waarde wordt jaarlijks vastgesteld door middel van taxaties door derden. De risico’s van een belegging in vastgoedaandelen kunnen zeer verschillend zijn, afhankelijk van onder meer de ontwikkelingen binnen de verschillende vastgoedsectoren, -markten, ontwikkelingen binnen de onderneming, de kwaliteit van het management, de economische ontwikkelingen en de hoogte van de kapitaalmarktrente.

Obligaties

Een obligatie is een schuldbewijs uitgegeven door een overheidsinstelling of onderneming. De koper van een obligatie leent de uitgever van een obligatie een bedrag tegen een van te voren overeengekomen periode tegen een vastgesteld rentepercentage. Een uitzondering hierop is de zero-coupon obligatie. Deze obligatie keert geen rente gedurende de looptijd uit. Het rendement op deze obligaties wordt verkregen uit het verschil tussen de aanschafkoers en de latere aflossingskoers. Er bestaat een grote variëteit aan soorten obligaties. Deze bijzondere vormen kunnen betrekking hebben op de wijze van rentebetaling, de wijze van aflossing, de wijze van uitgifte en bijzondere leningsvoorwaarden. Het rendement op de obligatie kan bijvoorbeeld (mede) afhankelijk worden gesteld van de geldende rentestand (voorbeelden zijn surplusobligaties en rente-indexobligaties) of van de winst van de instelling die de obligatie heeft uitgegeven (zoals winstdelende obligaties en inkomstenobligaties). Een belegging in obligaties draagt risico’s met zich mee. Het risico van de obligatie komt tot uitdrukking in de geldende marktrente en de kredietwaardigheid van de uitgevende instelling. Een stijgende marktrente zal doorgaans een daling van de koers van de obligatie tot gevolg hebben en vice versa. Bij een daling van de kredietwaardigheid van de uitgevende instelling loopt u een groter risico dat niet wordt voldaan aan de betaling van rente en aflossing van de obligatie. In geval van een faillissement zal een obligatiehouder in het algemeen worden vooropgesteld aan de aandeelhouder bij een eventuele uitkering aan de schuldeisers. Over het algemeen geldt dat de koers van een obligatie minder fluctueert dan de koers van een aandeel. Ook obligaties bieden zoals aandelen een onzeker rendement waarbij u de kans loopt uw gehele inleg te verliezen.

Veel gebruikte indelingen van obligaties maken onderscheid tussen overheids- en bedrijfsobligaties, tussen obligaties van westerse en van opkomende landen, tussen obligaties met een vaste rente en met een variabele rente, tussen obligaties met een vaste looptijd en eeuwigdurende obligaties (“Perpetuals”), enz.
Obligaties waarop ten opzichte van staatsleningen een zeer hoge rente wordt vergoed, worden high yield bonds of ook wel junkbonds genoemd. Bij dergelijke leningen is het debiteurenrisico voor de belegger relatief het grootst.

Converteerbare Obligaties

De converteerbare obligatie is een obligatie die gedurende de zogenaamde conversieperiode tegen de conversiekoers onder bepaalde voorwaarden, meestal op verzoek van de belegger, kan worden omgewisseld tegen aandelen. Er wordt een onderscheidt gemaakt tussen ‘convertibles’ en ‘reverse exchangeables’. Een ‘convertible’ is een obligatielening die onder bepaalde voorwaarden kan worden ingewisseld in een ander soort effect, meestal aandelen. De converteerbare obligatie vertoont kenmerken van zowel een obligatie als van een aandeel.
Een ‘reverse exchangeables of convertible’ is het spiegelbeeld van ‘convertible’. De uitgevende instelling heeft de keuze om aan het eind van de looptijd een vooraf vastgesteld aantal aandelen of het nominale bedrag uit te keren. Het risico van een reverse exchangeable is vergelijkbaar met dat van een aandeel.

Liquiditeiten

Geld dat bij een bank is gestald in de vorm van een spaarrekening, een deposito of een betaal-reken-ing is niet gevoelig voor koersrisico. Wel kan het debiteurenrisico van de bank waar het geld is gestald, een rol spelen, met name als het bedrag het gegarandeerde maximum van het deposito-garantiestelsel te boven gaat: in Nederland € 100.000,- per persoon.
Bij liquiditeiten is ook het inflatierisico van belang, namelijk dat uw geld minder waard wordt door stijgende prijzen en voor niet-euro-munten geldt een valutarisico.

Beleggingsfondsen

Door te beleggen in een beleggingsfonds kunt u een grotere spreiding van uw beleggingsportefeuille bereiken doordat het fonds veelal in veel verschillende aandelen of obligaties of andere beleggingscategorieën belegt. Met behulp van een beleggingsfonds heeft u soms de mogelijkheid om in financiële instrumenten te beleggen die voor de particuliere beleggers doorgaans niet beschikbaar zijn. Het risico van een beleggingsfonds is sterk afhankelijk van de doelstelling die het fonds heeft. De wijze waarop de fondsbeheerder de beleggingsportefeuille samenstelt, staat uitgebreid beschreven in het desbetreffende prospectus. U zult vooraf een inschatting moeten maken over de risico’s van het beleggingsfonds voordat u daarin belegt. Ook voor een beleggingsfonds kan gelden dat u de volledige inleg verliest.
De beheerder van een beleggingsfonds stelt een portefeuille samen binnen een vooraf vastgestelde verdeling over de verschillende beleggingscategorieën zoals aandelen, obligaties en vastgoed. Een beleggingsfonds kan ook louter beleggen in één beleggingscategorie. Tevens kan het fonds wel of niet gebruikmaken van geleend geld om de beleggingen te financieren. Een dergelijke constructie vergroot doorgaans de koersfluctuaties van het beleggingsfonds. Daarnaast kan onderscheid worden gemaakt in open-end en closed-end beleggingsfondsen. Een open-end beleggingsfonds heeft de mogelijkheid om nieuwe aandelen uit te geven op het moment dat er nieuw geld in het beleggingsfonds stroomt. De waarde van een open-end beleggingsfonds handelt rondom de intrinsieke waarde. Een closed-end beleggingsfonds heeft niet de mogelijkheid om nieuwe aandelen uit te geven waardoor de koers afhangt van vraag en aanbod op de financiële markt.
Er zijn ook beleggingsproducten die een index op de voet volgen en trachten de kosten van het fonds zo laag mogelijk te houden. Deze worden trackers of ETF’s genoemd (Exchange Traded Funds). Technisch gezien zijn het beleggingsfondsen waarin alle aandelen of obligaties enz. van een index zijn opgenomen, al dan niet in dezelfde verhouding als in de index. Deze trackers kunnen worden gekocht en verkocht zoals alle andere effecten met een beursnotering, en bieden in één transactie directe belegging in een gehele index. In dergelijk producten worden de flexibiliteit en verhandelbaarheid van aandelen gecombineerd met de spreiding van een fonds. Deze producten bieden daarbij een onzeker rendement waarbij u de kans loopt uw gehele inleg te verliezen.

Alternatieve Beleggingen

Dit zijn beleggingen in niet-traditionele beleggingscategorieën. Hieronder vallen onder meer niet- beursgenoteerde beleggingsfondsen, participatiemaatschappijen, andere beleggingsvehikels en beleggingsproducten die een bovengemiddeld rendement nastreven (‘gestructureerde producten”), met veelal een bovengemiddeld of hoog risico. Daarbij wordt vaak gebruik gemaakt van bijzondere technieken en expertise. Soms belegt een investeringsvehikel (deels) in niet beursgenoteerde aandelen. Soms in startende, risicovolle ondernemingen. Voorbeelden van alternatieve investeringen zijn hedge funds (talloze “stijlen”), private equity funds, fondsen die uitsluitend beleggen in ondergewaardeerde ondernemingen, fondsen die slechts in een bepaalde sector beleggen, fondsen die beleggen in afgewaardeerde vorderingen, participatiemaatschappijen en publiek/private investeringen. “Alternative investments” kenmerken zich vaak door een hoge minimum inleg, beperkte uittredingsmogelijkheden (veelal slechts één maal per maand of kwartaal, soms zelfs pas na een aantal jaren), relatief hoge instap en managementkosten (waaronder een performance fee), beperkte of geen verhandelbaarheid, weinig transparantie, geen toezicht door toezichthoudende instanties zoals de AFM. “Alternative investments” bieden daarbij een onzeker rendement waarbij u de kans loopt uw gehele inleg te verliezen. De beleggingen in deze categorie hebben een afwijkend risico/rendementsprofiel in vergelijking tot de traditionele beleggingscategorieën zoals aandelen en obligaties. Voor “alternative investments” geldt in het algemeen dat de beleggingsresultaten minder afhankelijk kunnen zijn van die van de traditionele beleggingscategorieën. Hierdoor kan opname van alternatieve beleggingen in een portefeuille die bestaat uit aandelen en obligaties leiden tot een afname van het risico van de gehele portefeuille.

Derivaten

Hieronder vallen opties, warrants, futures en turbo’s. Dit zijn beleggingsproducten die afgeleid zijn van andere producten, dat wil zeggen dat de waarde afhang van de waarde van een ander product. Er is ook sprake van een hefboom, die ervoor zorgt dat de winst die met de derivaat kan worden gemaakt hoger is dan de winst van de onderliggende waarde. Bij een verliessituatie zal deze echter ook groter zijn.

Warrents

Een warrant vertegenwoordigt het recht om gedurende een vastgestelde periode een bepaald aantal (certificaten van) aandelen of obligaties (of in een enkel geval een bepaalde hoeveelheid vreemde valuta) te kopen tegen een vooraf vastgestelde prijs van de vennootschap die ze beschikbaar heeft gesteld. Een warrant lijkt op een optie met dien verstande dat een warrant een recht vertegenwoordigt jegens het betrokken bedrijf. De risico’s die zijn verbonden aan warrants zijn vergelijkbaar met de risico’s die zijn verbonden aan het kopen van call-opties.

Opties

Een optie is een contract waarbij de partij die de optie verstrekt (de “schrijver”) aan zijn wederpartij het recht toekent om een onderliggende waarde, bijvoorbeeld een pakket aandelen of een vastgestelde hoeveelheid goud, gedurende of aan het einde van een overeengekomen periode te kopen (we spreken dan van een “call-optie”) of te verkopen (we spreken dan van een “putoptie”) tegen een prijs welke van tevoren is bepaald of waarvan overeengekomen is op welke wijze deze bepaald zal worden. Voor dit recht betaalt de wederpartij meestal een premie aan de schrijver. Meestal is dit recht tussentijds verhandelbaar: zowel call-opties als put-opties kan men dan kopen en verkopen. De tegenpartij van een koper van een call-optie is de verkoper van de call-optie en de tegenpartij van een koper van een put-optie is de verkoper van de put-optie: de daarbij geldende prijs (vergelijk de door de eerste koper betaalde premie) is onder meer afhankelijk van de waardeontwikkeling van de onderliggende waarde. De waarde van een optiecontract is veelal maar een beperkt deel van de onderliggende waarde. Hierdoor leidt een koersschommeling van de onderliggende waarde tot grotere winsten of verliezen voor de houder van een optie (de hefboomwerking).

Het kopen van opties

Een optie(contract) geeft de koper het recht (niet de verplichting) om gedurende of aan het eind van een zekere periode een zekere hoeveelheid van een onderliggende waarde (bijvoorbeeld aandelen of een vastgestelde hoeveelheid goud) te kopen (call-optie) of te verkopen (put-optie) tegen een vooraf overeengekomen prijs. De koper hoeft dus geen gebruik te maken van de optie. Voor het recht dat de koper van een optie verkrijgt, betaalt de koper een premie. De koper van een optie loopt het risico dat de betaalde premie verloren gaat (het verlies is overigens beperkt tot de premie en kan niet meer bedragen).

Het verkopen of schrijven van opties

De tegenpartij van de eerste koper van een optie is de schrijver van de optie. Een schrijver van een optie neemt de verplichting (geen recht) op zich om de onderliggende waarde te leveren (schrijver van de call-optie) of af te nemen (schrijver van de put-optie) tegen de afgesproken prijs. Hij heeft dus een leveringsplicht of ontvangstplicht, waarvoor de schrijver een premie ontvangt. De schrijver van een optie kan te maken krijgen met (onbeperkte) verliezen, die vele malen groter kunnen zijn dan de ontvangen premie. Hierbij dient onderscheid te worden gemaakt bij het gedekt en ongedekt schrijven van opties. Het gedekt schrijven van een call-optie (de aandelen waar de call betrekking op heeft, zitten in depot) kan bijvoorbeeld een effectenportefeuille juist beschermen tegen waardevermindering van de portefeuille. Bij het ongedekt schrijven van opties kunnen de verliezen in principe onbeperkt zijn. Zorgvuldig afgewogen dient te worden of een dergelijke transactie voor de cliënt geschikt is, mede gelet op de financiële positie van cliënt en het doel van de beleggingen van cliënt.

Clickfondsen en Garantiecertificaten

Clickfondsen zijn beleggingsfondsen met een vooraf vastgestelde einddatum die uitgegeven zijn met een vastgestelde nominale waarde. Deze nominale waarde is meestal de garantiewaarde die wordt uitgekeerd aan de houder aan het eind van de looptijd van het fonds als er geen tussentijdse clicks zijn geweest. Een click is het vastleggen van minimale koers van het aandeel bij een vooraf vastgestelde procentuele stijging van de onderliggende waarde (meestal een Index). Vooraf is het aantal clicks dat behaald kan worden bekend evenals de stijgingen die daarvoor plaats moeten vinden. De waarde van het clickfonds kan op de beurs sterk afwijken ten opzichte van de te berekenen intrinsieke waarde. De garantie van uitbetaling van de clickwaarde geldt alleen op de einddatum van het fonds. Elk clickfonds kent specifieke voorwaarden die opgenomen zijn in de emissieprospectus. Die voorwaarden kunnen betrekking hebben op de participatiegraad in de onderliggende waarde, de vaststelling van de eindwaarde van het fonds, een maximum dat gesteld is aan de koersstijging en een recht van de uitgevende instelling om het fonds op bepaalde voorwaarden vervroegd af te lossen tegen een van te voren vastgestelde prijs. Een garantiecertificaat heeft in principe dezelfde werking als een clickfonds wat betreft uitgifte, koersvorming en uitbetaling aan het eind van de looptijd. Er vinden echter geen clicks plaats.

Futures of Termijncontracten

Een termijncontract is de verplichting (geen recht) om een zekere hoeveelheid van een bepaalde onderliggende waarde (zoals valuta, goederen of grondstoffen) te kopen of te verkopen tegen een vastgestelde prijs met levering op termijn. Een termijncontract kan worden gekocht of worden verkocht. De koper van een termijncontract (ook wel houder van een “long positie” genoemd) neemt de verplichting op zich om de afgesproken hoeveelheid in ontvangst te nemen en te betalen. De verkoper (houder van een “short” positie) heeft een leveringsplicht. Het is over het algemeen niet de bedoeling om de partij goederen of financiële waarden daadwerkelijk te ontvangen of te leveren. De termijnhandel kent een hoge mate van hefboomwerking. Bij het afsluiten van een termijncontract dient maar een gering deel van de werkelijke waarde te worden gestort. Een beperkte koersschommeling kan daarom tot grote verliezen (of winsten) leiden. Het verlies op termijncontracten, evenals opties hierop, kan aanzienlijk zijn. Het verlies hoeft niet beperkt te zijn tot de inleg. Zorgvuldig afgewogen dient te worden of dergelijke transacties voor u als cliënt geschikt zijn, mede gelet op de financiële positie van cliënt en het doel van de belegging van de cliënt.

Turbo’s of speeders

Een turbo (ook andere namen komen voor) is een gestructureerd product dat met een hefboom werking inspeelt op de koersstijging (turbo long) of -daling (turbo short) van een onderliggende waarde: aandelen, obligaties, index, grondstoffen of valuta. Door de hefboomwerking zal een turbo sterk reageren op de koersbeweging van de onderliggende waarde. Een turbo kan alleen gekocht worden. In elke turbo zit een bepaalde bescherming, waardoor nooit meer dan de inleg verloren kan gaan en vaak een restwaarde overblijft.
Ook bij turbo’s dient te worden onderzocht of dit product geschikt is voor de klant.

Overige

Bij het kiezen van beleggingen dient een goede afweging te worden gemaakt welke effecten binnen de beleggingsdoelstelling van de klant vallen. Aan alle vormen van beleggen zijn in meer of mindere mate risico’s verbonden. Voornamelijk het schrijven van ongedekte opties, termijncontracten (en opties op termijncontracten) kunnen zeer risicovol zijn. U als cliënt dient alleen in deze risicovolle beleggingen te (doen) handelen indien u het (eventuele) verlies kan en wil dragen en zich terdege bewust is van de risico’s.

Deze bijlage is niet limitatief en kan niet alle kenmerken van alle effecten en afgeleide producten en de daaraan verbonden risico’s beschrijven.

VBA Risicostandaarden

De standaarddeviatie wordt vaak gebruikt als risicomaatstaf voor beleggingscategorieën. De Autoriteit Nederlandse Markten hanteert de indeling die is opgemaakt door de VBA om het risico in 18 categorieen te verduidelijken. Hoe hoger het percentage hoe groter het risico

VBA Risicostandaarden uitgave 2017
bron: VBA Beleggingsprofessionals

 

Heeft u vragen of stelt u een nadere toelichting op prijs, neemt u dan contact met ons op.

Castanje Vermogensbeheer B.V.
Den Bosch, februari 2018.