Kenmerken van financiële instrumenten

Aan alle vormen van beleggen zijn risico’s verbonden. De beleggingsonderneming is verplicht u hierop te wijzen. De risico’s zijn afhankelijk van de beleggingscategorie. Een belegging kan in meer of mindere mate speculatief zijn. Meestal geldt dat een belegging met een hoger verwacht rendement grotere risico’s met zich mee brengt. Zeker bij beleggen in buitenlandse financiële instrumenten kan de overheidspolitiek in het desbetreffende land gevolgen hebben voor de waarde van de belegging. Daarnaast dient bij het beleggen in niet-euro genoteerde financiële instrumenten rekening te worden gehouden met het valutakoersrisico.

Hieronder worden allereerst de belangrijkste risico’s voor u beschreven en vervolgens de kenmerken van de financiële instrumenten waarin door u belegd kan worden en de daaraan verbonden specifieke beleggingsrisico’s.


 

Beschrijving van de belangrijkste risico’s

Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico hangt af van het volume van de transacties in het effect en van de freefloat (vrij verhandelbare aandelen). Bij onvoldoende liquiditeit van de markt loopt de belegger het risico zijn effecten niet tegen de marktprijs te kunnen verkopen. In principe dient er onderscheid te worden gemaakt tussen een illiquiditeit die wordt veroorzaakt door het spel van vraag en aanbod, en een illiquiditeit die te wijten is aan de desbetreffende effecten verbonden eigenschappen of aan de marktgebruiken. De illiquiditeit is afhankelijk van vraag en aanbod. Er is sprake van illiquiditeit als er (bijna) alleen aanbod van of (bijna) alleen vraag naar een effect tegen een zekere koers bestaat. Onder deze omstandigheden is de uitvoering van een aan- of verkooporder niet onmiddellijk of alleen gedeeltelijk (gedeeltelijke uitvoering) mogelijk tegen ongunstige voorwaarden. Een illiquiditeit door de aan een waardepapier verbonden eigenschappen of de marktgebruiken doet zich bijvoorbeeld voor bij een lange overschrijvingsprocedure na transacties van aandelen op naam, lange uitvoeringstermijnen als gevolg van marktgebruiken, andere beperkingen op de handel of een behoefte aan liquiditeit op korte termijn die niet door de verkoop van effecten kan worden gedekt. Zo is de veilinghandel bijvoorbeeld bedoeld voor minder liquide fondsen. Er vindt geen doorlopende handel plaats, omdat het aantal binnenkomende orders te klein is voor een evenwichtige prijsvorming. Door de verhandeling te beperken tot twee één of meerdere momenten op de dag vindt een concentratie van orders plaats, waarmee de kans op matching wordt vergroot en de kwaliteit van de prijsvorming verbetert. Omdat er maar twee keer één of meerdere keren per dag gehandeld wordt in deze fondsen, dient de klant zich bij het plaatsen van de order te realiseren dat de laatst bekende koersgegevens sterk kunnen afwijken van de koers waar uiteindelijk tegen gehandeld wordt.

Valutarisico

Zoals eerder beschreven dient bij het beleggen in niet-euro genoteerde financiële instrumenten rekening te worden gehouden met het valutakoersrisico. Aangezien valutakoersen ten opzichte van elkaar fluctueren, bestaat er een valutakoersrisico als effecten in een vreemde valuta uitgedrukt zijn. De fundamentele elementen die valutakoersen van een land kunnen beïnvloeden zijn met name het inflatiepercentage van een land, het verschil in rentevoet in vergelijking met het buitenland, de beoordeling van de ontwikkeling van de conjunctuur, de politieke situatie en de veiligheid van de belegging. Bovendien kunnen gebeurtenissen op psychologisch gebied, zoals een politieke vertrouwenscrisis, de munt van een land verzwakken.

Koers- en marktrisico

De koers van aandelen kan aan onvoorziene schommelingen onderhevig zijn, waardoor er risico op verlies bestaat. Koersstijgingen of -dalingen op korte, middellange of lange termijn wisselen elkaar af, zonder dat het mogelijk is de lengte van een dergelijke cyclus te bepalen. In principe moet er onderscheid worden gemaakt tussen het algemene marktrisico en het specifieke risico. Het marktrisico is het risico dat samenhangt met de volatiliteit of beweeglijkheid van de totale aandelenmarkt. Het specifieke risico is het risico dat samenhangt met de volatiliteit of beweeglijkheid van de individuele beleggingen in de portefeuille. Indien u meer spreiding van fondsen in verschillende sectoren aanbrengt binnen de portefeuille, zal het specifieke risico afnemen. Elk van beide risico’s, alleen of samen beschouwd, beïnvloedt de ontwikkeling van de aandelenkoers.

Faillissementsrisico

De koper van aandelen is geen schuldeiser, maar een kapitaalinbrenger waardoor hij of zij mede-eigenaar van de kapitaalvennootschap wordt. Er wordt deelgenomen aan de ontwikkeling van de vennootschap en aan de daaraan verbonden kansen en risico’s, hetgeen tot onvermoede ontwikkelingen van de belegging kan leiden. In het uiterste geval kan het voorkomen dat de uitgevende vennootschap failliet gaat, hetgeen volledig verlies van de belegde sommen tot gevolg kan hebben. Over het algemeen zijn financiële markten gereguleerde markten waarbij ondernemingen aan strenge eisen moeten voldoen om een notering te krijgen of te behouden. Er zijn echter ook niet of minder gereguleerde markten waar maar zeer minimale of minder eisen gelden. De risico’s voor beleggers op de niet of minder gereguleerde markten zijn echter aanzienlijk. Voorbeelden van niet of minder gereguleerde markten zijn Alternext in Frankrijk en de OTC Bulletin Board in de Verenigde Staten. In het geval van Alternext mag de onderneming maximaal twee jaar bestaan en mag veel nieuwe Europese regelgeving, zoals de boekhoudregels IFRS, buiten beschouwing worden gelaten. In sommige gevallen is niet eens, een door de toezichthouder goedgekeurd prospectus verplicht.

Debiteuren- of kredietrisico

De waarde van een obligatie wordt in de eerste plaats bepaald door de verwachting over de vraag of een uitgevende instelling (de debiteur) zijn rente- en aflossingsverplichtingen kan nakomen. Hoe groter de kredietwaardigheid van een uitgevende instelling, hoe lager het rentepercentage op de lening zal zijn. Obligaties waarop ten opzichte van staatsleningen een zeer hoge rente wordt vergoed, worden high yield bonds of ook wel junkbonds genoemd. Bij dergelijke leningen is het debiteurenrisico voor de belegger relatief het grootst.

Renterisico

De relatieve onzekerheid met betrekking tot de rentevoet heeft tot gevolg dat de koper van een vastrentend effect het risico van een koersdaling loopt als de rentevoet stijgt. De gevoeligheid van een obligatie voor een koersstijging hangt met name af van de resterende looptijd en van het nominale niveau van de rente.

Overige risico’s

We noemen hier nog het inflatierisico (het risico dat de koopkracht van de euro afneemt), het politieke risico (overheidsmaatregelen die de belegger benadelen) en het psychologische risico (tendensen, opinies of geruchten die belangrijke koersveranderingen tot gevolg kunnen hebben). Beschrijving van de verschillende financiële instrumenten

Beschrijving van de belangrijkste kenmerken

Aandelen

Aandelen zijn deelnemingen in het aandelenkapitaal van een vennootschap. De aandeelhouder mag zich – economisch gezien – beschouwen als een bezitter van een deel van het vermogen van een onderneming. Aandelen kunnen op naam zijn gesteld of aan toonder luiden. Bij aandelen is sprake van risicodragend kapitaal. In geval van faillissement kan de waarde terug lopen tot nul. De waardeontwikkeling is vooral afhankelijk van de gerealiseerde en verwachte bedrijfsresultaten en de dividendpolitiek van de betrokken vennootschap. Aandeelhouders komen pas voor dividend in aanmerking, nadat alle overige kapitaalverschaffers het aan hen toekomende rendement hebben ontvangen. De risico’s van een belegging in aandelen kunnen dus zeer verschillend zijn, afhankelijk van onder meer de ontwikkelingen bij de onderneming en de kwaliteit van het management.

Certificaten van Aandelen

Certificaten van aandelen zijn effecten die originele aandelen vertegenwoordigen. De aandelen zelf zijn meestal in beheer bij een administratiekantoor. Certificaathouders zijn als het ware deelgerechtigd in de onderliggende aandelen. Niet alle rechten die zijn verbonden aan aandelen, zijn ook van toepassing op certificaten van aandelen (vaak is bijvoorbeeld het aan aandelen verbonden stemrecht beperkt). De risico’s zijn in principe dezelfde als de risico’s bij gewone aandelen.

Aandelen onroerend goed fondsen

Op de beurs zijn een groot aantal beleggingsfondsen genoteerd die uitsluitend beleggen in onroerend goed. Soms gedeeltelijk met geleend geld. De portefeuilles in die beleggingsfondsen hebben vaak een specifiek karakter zoals kantoorpanden, winkelcentra, woningen of ander onroerend goed. Daarnaast speelt de mondiale of regionale spreiding een rol bij de beoordeling van het fonds. De meeste onroerend goed fondsen keren het grootste gedeelte van de winst in de vorm van dividend uit aan de aandeelhouders. De beurswaarde kan afwijken van de intrinsieke waarde omdat de beleggingsfondsen een closed-end structuur hebben, waardoor er geen doorlopende uitgifte- en inkoop van eigen aandelen plaats vindt. De intrinsieke waarde wordt jaarlijks vastgesteld door middel van taxaties door derden. De risico’s van een belegging in vastgoedaandelen kunnen zeer verschillend zijn, afhankelijk van onder meer de ontwikkelingen binnen de verschillende vastgoedsectoren, -markten, ontwikkelingen binnen de onderneming, de kwaliteit van het management, de economische ontwikkelingen ende hoogte van de kapitaalmarktrente.

Preferente Aandelen

Preferente aandelen hebben een preferent karakter ten aanzien van de winst maar zijn tevens achtergesteld wat betreft uitbetaling van kapitaal als het bedrijf in de problemen komt. Voor een vastgestelde termijn staat het dividend op een bepaald percentage. Als het bedrijf een jaar overslaat met dividend betalen wordt bij de cumulatieve preferente aandelen het dividend alsnog een jaar later uitbetaald naast het reguliere dividend. Het bedrijf heeft bij de uitgifte van de preferente aandelen een eerste call datum vastgesteld waarop het bedrijf het recht heeft de aandelen af te lossen tegen de nominale waarde. Alleen als er tegen een lagere rente nieuwe preferente aandelen kunnen worden uitgegeven zal dit het geval zijn. Bij een stijgende rente zal de aandeelhouder dus nooit meer rente kunnen ontvangen dan het aanvangsrendement omdat de preferente aandelen dan niet worden afgelost. De looptijd is meestal 30 of 40 jaar of zelfs onbepaald. De veranderingen in waarde gaat ongeveer gelijk op met de veranderingen in waarde van obligaties. Het gemiddelde rendement ligt vaak hoger dan vergelijkbare obligaties. Ook een belegging in preferente aandelen draagt risico’s met zich mee. De koers van een preferent aandeel is over het algemeen in de eerste plaats afhankelijk van de rentestand, zodat koersschommelingen kunnen plaatsvinden. Voorts is de gegoedheid van de uitgevende instelling belangrijk. Ingeval van faillissement van de uitgevende instelling gelden de preferente aandeelhouders als achtergestelde onverzekerde crediteuren van de uitgevende instelling.

Obligaties

Een obligatie is een schuldbewijs uitgegeven door een overheidsinstelling of onderneming. De koper van een obligatie leent de uitgever van een obligatie een bedrag tegen een van te voren overeengekomen periode tegen een vastgesteld rentepercentage. Een uitzondering hierop is de zero-coupon obligatie. Deze obligatie keert geen rente gedurende de looptijd uit. Het rendement op deze obligaties wordt verkregen uit het verschil tussen de aanschafkoers en de latere aflossingskoers. Er bestaat een grote variëteit aan soorten obligaties. Deze bijzondere vormen kunnen betrekking hebben op de wijze van rentebetaling, de wijze van aflossing, de wijze van uitgifte en bijzondere leningsvoorwaarden. Het rendement op de obligatie kan bijvoorbeeld (mede) afhankelijk worden gesteld van de geldende rentestand (voorbeelden zijn surplusobligaties en rente-indexobligaties) of van de winst van de instelling die de obligatie heeft uitgegeven (zoals winstdelende obligaties en inkomstenobligaties). Een belegging in obligaties draagt risico’s met zich mee. Het risico van de obligatie komt tot uitdrukking in de geldende marktrente en de kredietwaardigheid van de uitgevende instelling. Een stijgende marktrente zal doorgaans een daling van de koers van de obligatie tot gevolg hebben en vice versa. Bij een daling van de kredietwaardigheid van de uitgevende instelling loopt u een groter risico dat niet wordt voldaan aan de betaling van rente en aflossing van de obligatie. In geval van een faillissement zal een obligatiehouder in het algemeen worden vooropgesteld aan de aandeelhouder bij een eventuele uitkering aan de schuldeisers. Over het algemeen geldt dat de koers van een obligatie minder fluctueert dan de koers van een aandeel. Ook obligaties bieden een onzeker rendement waarbij u de kans loopt uw gehele inleg te verliezen.

Converteerbare Obligaties

De converteerbare obligatie is een obligatie die gedurende de zogenaamde conversieperiode tegen de conversiekoers onder bepaalde voorwaarden, meestal op verzoek van de belegger, kan worden omgewisseld tegen aandelen. Er wordt een onderscheidt gemaakt tussen ‘convertibles’ en ‘reverse convertibles’. Een ‘convertible’ is een obligatielening die onder bepaalde voorwaarden kan worden ingewisseld in een ander soort effect, meestal aandelen. Een ‘reverse convertible’ is het spiegelbeeld van ‘convertible’. De uitgevende instelling heeft de keuze om aan het eind van de looptijd een vooraf vastgesteld aantal aandelen of het nominale bedrag uit te keren. De converteerbare obligatie vertoont kenmerken van zowel een obligatie als van een aandeel. Voor de risico’s wordt derhalve verwezen naar de risico’s die zijn verbonden aan deze financiële instrumenten.

Beleggingsfondsen

Door te beleggen in een beleggingsfonds kunt u een grotere spreiding van uw beleggingsportefeuille bereiken doordat het fonds veelal in veel verschillende aandelen belegd. Met behulp van een beleggingsfonds heeft u soms de mogelijkheid om in financiële instrumenten te beleggen die voor de particuliere beleggers doorgaans niet beschikbaar zijn. Het risico van een beleggingsfonds is sterk afhankelijk van de doelstelling die het fonds heeft. De wijze waarop de fondsbeheerder de beleggingsportefeuille samenstelt staat uitgebreid beschreven in het desbetreffende prospectus. U zult vooraf een inschatting moeten maken over de risico’s van het beleggingsfonds voordat u daarin belegt. Ook voor een beleggingsfonds kan gelden dat u de volledige inleg verliest. De beheerder van een beleggingsfonds stelt een portefeuille samen binnen een vooraf vastgestelde verdeling over de verschillende beleggingscategorieën zoals aandelen, obligaties en vastgoed. Een beleggingsfonds kan ook louter beleggen in één beleggingscategorie. Tevens kan het fonds wel of niet gebruikmaken van geleend geld om de beleggingen te financieren. Een dergelijke constructie vergroot doorgaans de koersfluctuaties van het beleggingsfonds. Daarnaast kan onderscheid worden gemaakt in open-end en closed-end beleggingsfondsen. Een open-end beleggingsfonds heeft de mogelijkheid om nieuwe aandelen uit te geven op het moment dat er nieuw geld in het beleggingsfonds stroomt. De waarde van een open-end beleggingsfonds handelt rondom de intrinsieke waarde. Een closed-end beleggingsfonds heeft niet de mogelijkheid om nieuwe aandelen uit te geven waardoor de koers afhangt van vraag en aanbod op de financiële markt. Er zijn ook beleggingsproducten die een index op de voet volgen. Ze combineren de voordelen van aandelen met die van een beleggingsfonds. Technisch gezien zijn het beleggingsfondsen waarin alle aandelen van een index zijn opgenomen in een identieke verhouding. Deze producten kunnen worden gekocht en verkocht zoals alle andere aandelen met een beursnotering, en bieden in één transactie directe belegging in een gehele index. In dergelijk producten worden de flexibiliteit en verhandelbaarheid van aandelen gecombineerd met de spreiding van een fonds. Ook hiervoor kan gelden dat u de volledige inleg verliest. Deze producten bieden daarbij een onzeker rendement waarbij u de kans loopt uw gehele inleg te verliezen.

Alternatieve Beleggingen

Dit zijn beleggingen in niet traditionele beleggingscategorieën. Hieronder vallen onder meer niet beursgenoteerde beleggingsfondsen, participatiemaatschappijen, andere beleggingsvehikels en beleggingsprodukten die een bovengemiddeld rendement nastreven, met veelal een bovengemiddeld of hoog risico. Daarbij wordt vaak gebruik gemaakt van bijzondere technieken en expertise. Soms belegt een investeringsvehikel (deels) in niet beursgenoteerde aandelen. Soms in startende, risicovolle ondernemingen. Voorbeelden van alternatieve investeringen zijn hedge funds, private equity funds, fondsen die uitsluitend beleggen in ondergewaardeerde ondernemingen, fondsen die slechts in een bepaalde sector beleggen, fondsen die beleggen in afgewaardeerde vorderingen, participatiemaatschappijen en publiek/private investeringen. “Alternative investments” kenmerken zich vaak door een hoge minimum inleg, beperkte uittredingsmogelijkheden (veelal slechts één maal per maand of kwartaal, soms zelfs pas na een aantal jaren), relatief hoge instap en managementkosten (waaronder een performance fee), beperkte of geen verhandelbaarheid, weinig transparantie, geen toezicht door toezichthoudende instanties zoals de AFM. “Alternative investments” bieden daarbij een onzeker rendement waarbij u de kans loopt uw gehele inleg te verliezen. De beleggingen in deze categorie hebben een afwijkend risico/rendementsprofiel in vergelijking tot de traditionele beleggingscategorieën zoals aandelen en obligaties. Voor “alternative investments” geldt in het algemeen dat de beleggingsresultaten minder afhankelijk kunnen zijn van die van de traditionele beleggingscategorieën. Hierdoor kan opname van alternatieve beleggingen in een portefeuille die bestaat uit aandelen en obligaties leiden tot een afname van het risico van de gehele portefeuille.

Warrents

Een warrant vertegenwoordigt het recht om gedurende een vastgestelde periode een bepaald aantal (certificaten van) aandelen of obligaties (of in een enkel geval een bepaalde hoeveelheid vreemde valuta) te kopen tegen een vooraf vastgestelde prijs van de vennootschap die ze beschikbaar heeft gesteld. Een warrant lijkt op een optie met dien verstande dat een warrant een recht vertegenwoordigt jegens het betrokken bedrijf. De risico’s die zijn verbonden aan warrants zijn vergelijkbaar met de risico’s die zijn verbonden aan het kopen van call-opties.

Opties

Een optie is een contract waarbij de partij die de optie verstrekt (de “schrijver”) aan zijn wederpartij het recht toekent om een onderliggende waarde, bijvoorbeeld een pakket aandelen of een vastgestelde hoeveelheid goud, gedurende of aan het einde van een overeengekomen periode te kopen (we spreken dan van een “call-optie”) of te verkopen (we spreken dan van een “putoptie”) tegen een prijs welke van tevoren is bepaald of waarvan overeengekomen is op welke wijze deze bepaald zal worden. Voor dit recht betaalt de wederpartij meestal een premie aan de schrijver. Meestal is dit recht tussentijds verhandelbaar: zowel call-opties als put-opties kan men dan kopen en verkopen. De tegenpartij van een koper van een call-optie is de verkoper van de call-optie en de tegenpartij van een koper van een put-optie is de verkoper van de put-optie: de daarbij geldende prijs (vergelijk de door de eerste koper betaalde premie) is onder meer afhankelijk van de waardeontwikkeling van de onderliggende waarde. De waarde van een optiecontract is veelal maar een beperkt deel van de onderliggende waarde. Hierdoor leidt een koersschommeling van de onderliggende waarde tot grotere winsten of verliezen voor de houder van een optie (de zogenaamde hefboomwerking).

Het kopen van opties

Een optie(contract) geeft de koper het recht (niet de verplichting) om gedurende of aan het eind van een zekere periode een zekere hoeveelheid van een onderliggende waarde (bijvoorbeeld aandelen of een vastgestelde hoeveelheid goud) te kopen (call-optie) of te verkopen (put-optie) tegen een vooraf overeengekomen prijs. De koper hoeft dus geen gebruik te maken van de optie. Voor het recht dat de koper van een optie verkrijgt, betaalt de koper een premie. De koper van een optie loopt het risico dat de betaalde premie verloren gaat (het verlies is overigens beperkt tot de premie en kan niet meer bedragen).

Het verkopen of schrijven van opties

De tegenpartij van de eerste koper van een optie is de schrijver van de optie. Een schrijver van een optie neemt de verplichting (geen recht) op zich om de onderliggende waarde te leveren (schrijver van de call-optie) of af te nemen (schrijver van de put-optie) tegen de afgesproken prijs. Hij heeft dus een leveringsplicht of ontvangstplicht, waarvoor de schrijver een premie ontvangt. Bij het schrijven van opties wordt onderscheid gemaakt tussen het gedekt en ongedekt (naakt) schrijven van opties. Onder gedekt schrijven wordt verstaan het schrijven van een call-optie op deonderliggende waarde die schrijver zelf in bezit heeft (de cliënt kan dus leveren). Bij het ongedekt of naakt schrijven heeft men deze stukken niet in bezit en zullen tegen de dan geldende koers alsnog moeten worden geleverd. Het schrijven van put-opties wordt altijd als ongedekt beschouwd (men is immers verplicht de onderliggende waarde te kopen, indien de koper van de optie van zijn recht gebruik wenst te maken). Om er zeker van te zijn dat een schrijver aan zijn verplichtingen kan voldoen, dient de schrijver een zekerheid (margin) te voldoen. De schrijver van een optie kan te maken krijgen met (onbeperkte) verliezen, die vele malen groter kunnen zijn dan de ontvangen premie. Hierbij dient onderscheid te worden gemaakt bij het gedekt en ongedekt schrijven van opties. Het gedekt schrijven van een call-optie kan bijvoorbeeld een effectenportefeuille juist beschermen tegen waardevermindering van de portefeuille. Bij het ongedekt schrijven van opties kunnen de verliezen in principe onbeperkt zijn. Zorgvuldig afgewogen dient te worden of een dergelijke transactie voor de cliënt geschikt is, mede gelet op de financiële positie van cliënt en het doel van de beleggingen van cliënt.

Clickfondsen en Garantiecertificaten

Clickfondsen zijn beleggingsfondsen met een vooraf vastgestelde einddatum die uitgegeven zijn met een vastgestelde nominale waarde. Deze nominale waarde is meestal de garantiewaarde die wordt uitgekeerd aan de houder aan het eind van de looptijd van het fonds als er geen tussentijdse clicks zijn geweest. Een click is het vastleggen van minimale koers van het aandeel bij een vooraf vastgestelde procentuele stijging van de onderliggende waarde (meestal een Index). Vooraf is het aantal clicks dat behaald kan worden bekend evenals de stijgingen die daarvoor plaats moeten vinden. De waarde van het clickfonds kan op de beurs sterk afwijken ten opzichte van de te berekenen intrinsieke waarde. De garantie van uitbetaling van de clickwaarde geldt alleen op de einddatum van het fonds. Elk clickfonds kent specifieke voorwaarden die opgenomen zijn in de emissieprospectus. Die voorwaarden kunnen betrekking hebben op de participatiegraad in de onderliggende waarde, de vaststelling van de eindwaarde van het fonds, een maximum dat gesteld is aan de koersstijging en een recht van de uitgevende instelling om het fonds op bepaalde voorwaarden vervroegd af te lossen tegen een van te voren vastgestelde prijs. Een garantiecertificaat heeft in principe dezelfde werking als een clickfonds wat betreft uitgifte, koersvorming en uitbetaling aan het eind van de looptijd. Er vinden echter geen clicks plaats.

Termijncontracten

Een termijncontract is de verplichting (geen recht) om een zekere hoeveelheid van een bepaalde onderliggende waarde (zoals valuta, goederen of grondstoffen) te kopen of te verkopen tegen een vastgestelde prijs met levering op termijn. Een termijncontract kan worden gekocht of worden verkocht. De koper van een termijncontract (ook wel houder van een “long positie” genoemd) neemt de verplichting op zich om de afgesproken hoeveelheid in ontvangst te nemen en te betalen. De verkoper (houder van een “short” positie) heeft een leveringsplicht. Het is over het algemeen niet de bedoeling om de partij goederen of financiële waarden daadwerkelijk te ontvangen of te leveren. De termijnhandel kent een hoge mate van hefboomwerking. Bij het afsluiten van een termijncontract dient maar een gering deel van de werkelijke waarde te worden gestort. Een beperkte koersschommeling kan daarom tot grote verliezen (of winsten) leiden. Het verlies op termijncontracten, evenals opties hierop, kan aanzienlijk zijn. Het verlies hoeft niet beperkt te zijn tot de inleg. Onder bepaalde marktomstandigheden kan het moeilijk of zelfs onmogelijk zijn om een positie te sluiten/liquideren. De verliezen zijn dan niet gelimiteerd. Het geven van een “stop-loss” of stop-limit” opdracht zullen de verliezen niet noodzakelijkerwijze kunnen beperken. Zorgvuldig afgewogen dient te worden of dergelijke transacties voor de cliënt geschikt zijn, mede gelet op de financiële positie van cliënt en het doel van de belegging van de cliënt.

Financiële Instrumenten met een Hefboomwerking

Naast de opties en de termijncontracten bestaan er ook andere financiële instrumenten met een hefboomwerking. Hefboominstrumenten zijn speculatieve beleggingsproducten en geven geen of beperkte bescherming. Een kleine procentuele verandering in een onderliggende waarde zal een hogere procentuele verandering in de waarde van het hefboominstrument opleveren. Met andere woorden, de koers van deze producten kan snel stijgen maar ook weer snel dalen. Met de aanschaf van deze instrumenten kan er worden gespeculeerd op zowel een koersstijging als een koersdaling van de onderliggende waarde. Met uitzondering van termijncontracten en opties (geschreven) is bij hefboominstrumenten de investering het maximale verlies. De risico’s die zijn verbonden aan het kopen van dergelijke producten zijn vergelijkbaar met de risico’s die zijn verbonden aan het kopen van opties. Producten met een hefboomwerking zijn bijvoorbeeld turbo’s en speeders.

Overige

Bij het kiezen van beleggingen dient de cliënt een goede afweging te maken welke effecten binnen zijn of haar beleggingsdoelstelling vallen. Aan alle vormen van beleggen zijn in meer of mindere mate risico’s verbonden. Voornamelijk het schrijven van ongedekte opties, termijncontracten (en opties op termijncontracten) kunnen zeer risicovol zijn. De cliënt dient alleen in deze risicovolle beleggingen te (doen) handelen indien de cliënt het (eventuele) verlies kan en wil dragen en zich terdege bewust is van de risico’s.

Deze bijlage is niet limitatief en kan niet alle kenmerken van alle effecten en afgeleide producten en de daaraan verbonden risico’s beschrijven.