Rutte kiest voor Europa

18 september 2011 in Blog, Europa, Macro-economie, Nederland

 

 

Opbouw EMU Saldo in miljarden

2012

Inkomsten

244,0

 

Uitgaven

257,4

 

EMU-saldo Rijk

-13,4

 

 

 

EMU-saldo lokale overheden

 

-4,4

 

 

 

Feitelijk EMU-saldo

 

-17,8

 

Feitelijk EMU-saldo (in procenten bbp)

 

-2,9%

 

 

Citaten:

-Het kabinet werkt aan gezonde overheidsfinanciën en versterking van de economie. Het kabinet maakt daarbij een overtuigde keuze voor een compacte en meer doelmatige overheid en meer ruimte voor een krachtige private sector

 De vergrijzing slaat toe

– Vooral West-Europa en Japan voelen nu al de economische en budgettaire gevolgen van een vergrijzende bevolking. In de Verenigde Staten wordt de omvang van het probleem wat beperkt door de aanhoudende immigratie, terwijl voor China de vergrijzing in de toekomst steeds relevanter wordt.
–   ….met hoge vergrijzingskosten. Volgens de Europese Commissie stijgen de overheidsuitgaven aan AOW en zorg in Nederland met bijna 10 procent bbp.

 De eurocrisis

Nadat de euro was ingevoerd, bleek de disciplinerende werking van de regels onvoldoende. Inmiddels hebben alle landen in het eurogebied het Stabiliteitspact geschonden Anders dan verwacht bij de start van de euro heeft ook slechts beperkt economische convergentie plaatsgevonden in het eurogebied.
Landen die traditioneel slechts konden concurreren door hun munt af te waarderen, namen daarentegen weinig maatregelen. Zij werden dan ook steeds minder concurrerend nu de wisselkoers vast lag. Tegelijkertijd leidde de massale instroom van goedkoop kapitaal in deze landen niet tot investeringen die de productiviteit ten goede kwamen, maar tot hogere huizenprijzen en buitensporige publieke en private consumptie.
De financiële markten reageerden hier niet op. De economische beleidscoördinatie in Europa bood geen mogelijkheden om de landen te dwingen tot de noodzakelijke aanpassingen.

-Het kabinet zet zich dan ook hard in voor de Nederlandse belangen. Er is daarbij een duidelijke koppeling tussen crisisbestrijding en crisispreventie; Nederland doet alleen mee aan de crisisbestrijding als ook de crisispreventie wordt versterkt.

-Sinds de start van de Economische Monetaire Unie (EMU) zijn de arbeidskosten in veel landen harder gestegen dan de arbeidsproductiviteit. Landen als Duitsland, Nederland en Finland profiteren momenteel van hun relatief goede financiële uitgangspositie. Het proces van schuldafbouw beperkt zich vooral tot de financiële sector en de overheid.

 -De problemen in Zuid-Europa hebben bovendien een wat negatief effect op de koers van de euro. De exporteurs in het eurogebied profiteren hier direct van. Tegelijkertijd blijven de schuldproblemen in diverse landen nadrukkelijk een risico voor het herstel in het eurogebied als geheel

 -Nederland profiteert als handelsland met een beperkte binnenlandse markt bij uitstek van Europa. Volgens het CPB levert alleen de Europese interne markt de Nederlander al ongeveer 2000 euro per jaar op Volgens de Europese Commissie leidt voltooiing van de interne markt tot 4 procentpunt extra bbp-groei in de komende tien jaar. Nederland, transportland met een grote haven en luchthaven, heeft een bijzonder belang bij het wegvallen van de grenzen

 

Macro-economische veronderstellingen voor Nederland

 

2011

2012

Toename BBP

1 ½%

1%

Inflatie

2%

2%

Lonen marktsector

1 ¾%

2%

Werkloosheid

397.000

406.000

Dollarkoers

1.42

1.43

Het belang van Nederland in Europa

-Door de jaren heen hebben de Nederlandse pensioenfondsen en banken staatspapier van Zuid-Europese overheden gekocht. Als de landen hierop niet terugbetalen, zouden de verliezen dus ook in Nederland neerslaan. Het alternatief zou zijn om de Nederlandse instellingen direct te steunen, maar de rekening kan dan aanzienlijk hoger uitpakken door de grote verwevenheid van het bankwezen.

 -In de Europese schuldencrisis hebben we gezien dat er een sterke relatie bestaat tussen landen. Als bijvoorbeeld Griekenland niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen, kan het marktsentiment ontstaan dat ook terugbetaling door andere eurolanden niet gegarandeerd is. De markten kunnen dan ook de andere probleemlanden een hogere rente vragen, wat tot gevolg kan hebben dat deze landen verder onder druk komen.

Dat heeft ook weer gevolgen voor de banken in deze landen en hun tegenpartijen, de banken elders in het eurogebied. Kortom, er kan een keten van negatieve spillovers in gang gezet worden; een domino-effect. Nederland met zijn open economie en grote financiële sector kan in zo’n scenario forse verliezen leiden.

-Ook elders in het eurogebied werken overheden hard aan gezondere overheidsfinanciën. In 2011 vermindert het gemiddelde tekort in het eurogebied naar verwachting tot 4,3 rocent, terwijl de tekorten in de VS, Japan en het Verenigd Koninkrijk in 2011 nog respectievelijk 10,0, 9,7 en 8,4 procent bbp bedragen.

emu-saldi

-In dat licht zijn ook de cijfers van Zuid-Europese lidstaten niet bijzonder slecht. Een illustratie hiervan is de tekortdoelstelling van Spanje van 6,1 procent bbp en een schuld van 60,1 procent bbp in 2011. Dat dit land toch onder druk staat van de financiële markten, is het gevolg van de inmiddels gebarsten bubbel in de vastgoedsector die heeft geleid tot hoge private schulden, in combinatie met problemen bij de spaarbanken en een haperende economie.

 -Ondanks dat in 2009 de economie met 3,5 procent kromp, was er voor gezinnen nog sprake van een verbetering van de (statische) koopkracht met bijna 2 procent. Dit beeld komt ook naar voren als gekeken wordt naar hoe het netto nationale inkomen is verdeeld. Gezinnen lijken in het algemeen de crisis relatief goed te hebben doorstaan, terwijl de overheid en bedrijven de grootste klappen van de crisis opvingen. De rekening kan echter niet kosteloos worden doorgeschoven naar toekomstige generaties; de buffers zijn na de financiële crisis van 2008 en 2009 op. De komende jaren zullen de koopkracht van burgers en de bestedingen voor collectieve voorzieningen onder druk staan.

-Desondanks blijft de schuld deze kabinetsperiode boven de Europese schuldengrens van 60 procent bbp liggen. Hoewel het EMU-saldo deze kabinetsperiode naar verwachting verbetert, neemt de schuld nog steeds toe. Daarom is het niet zeker dat de Europese buitensporigtekortprocedure wordt gestopt zodra het tekort beneden 3 procent bbp is gebracht.

 -Tot slot heeft de Nederlandse overheid omvangrijke garanties afgegeven als gevolg van de kredietcrisis en de Europese schuldencrisis. Deze garanties vormen een risico voor de overheidsfinanciën.

 -Groei blijkt te leiden tot een hogere sociale mobiliteit en meer tolerantie en solidariteit in de samenleving.

 -De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) noemt congestie momenteel één van de grootste problemen van de Nederlandse tconomie.

-Het afgelopen decennium zijn de zorgkosten in reële termen met zo’n 4 procent per jaar gestegen. Als deze stijging zich voortzet zullen de zorguitgaven toenemen van 10 procent bbp nu naar circa 18 procent in 2040.
Op dit moment geeft een modaal inkomen al meer dan een vijfde van zijn inkomen uit aan zorg. Zonder kostenbeheersende maatregelen loopt dit op tot bijna 40 procent in 2040.

European Financial Stability Facility (EFSF)

-De totale garantie die Nederland heeft afgegeven voor het EFSF – dus de garantie voor de leningen, de achtervang en de rente – bedraagt 55,9 miljard euro.

Franke J. Burink

18 september 2011
Castanje Vermogensbeheer

frankeburink_castanjevb_2

Deel dit berichtShare on Facebook
Facebook
0Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Over de auteur

Franke Burink is adviseur bij Castanje Vermogensbeheer. Zijn carrière is begonnen bij ABN AMRO, hier heeft hij ruim 20 jaar met succes gewerkt als senior economist en private banker. Sinds 2000 is hij werkzaam als zelfstandig vermogensbeheerder. Vragen? Bel Franke op 073 - 30 30 260 of mail naar info@castanje.nl