Tapering en de EUR/USD

25 augustus 2013 in Blog, Europa, Macro-economie

eurusd 130823

Grafiek: aantal dollars per euro. Bron VWD.

Tussen de  close van $ 1,285 op 22 mei en de huidige stand van $ 1,338 werd op 9 juli nog een sterkste dollarkoers genoteerd van $ 1,279.

Vanaf het moment dat de Fed in november 2008 voor de eerste keer een QE-programma bekend maakte is de dollar ten opzichte van een mandje van yen, euro, pond, Zweedse kroon, Zwitserse frank en Canadese dollar circa 8% in waarde gedaald.  Het Fed-beleid om de lange rente te drukken, had dus dus als “neveneffect” een verzwakking van de dollar.

In anticipatie op het eind van de Quantitative Easing hebben de obligatiemarkten hun conclusies getrokken. In die drie maanden sinds 22 mei is het rendement op 10-jaars staatsleningen in de Verenigde Staten snel gestegen en veel sneller dan in Europa (Duitsland), met bijna 1 procentpunt tegen over 0,6 punt. In Japan is de rente in die periode iets gedaald (0,14 punt), terwijl de yen zelfs iets zwakker werd (2%).

driemaal10jaar 20130823

Grafiek: 10-jaarsrente op staatsleningen in US, Duitsland en Japan

Maar waar de lange renteverschillen meestal een goede voorspeller voor valuta-ontwikkelingen zijn, gaat dat nu – op korte termijn? – niet op.

Maar er zijn meer factoren die de dollarkoers kunnen beïnvloeden. Is het bijvoorbeeld  denkbaar dat het  economisch herstel dat zich nu ook in Europa aankondigt – zie de laatste cijfers over inkoopmanagers in juli en de BBP-cijfers voor Duitsland en Frankrijk – zich veel sneller voltrekt dan de goeroes voorspellen? Met als gevolg dat de Centrale Bankiers in Europa veel eerder de korte rente verhogen dan in de V.S.? En dat hierbij een accelererende inflatie in Europa een rol speelt?

In de beschikbare cijfers zit niets wat hierop wijst. Voorspellingen van onderzoeksinstituten geven alle hetzelfde beeld van een sneller herstel in Amerika. Wellicht dat de belofte van Ben Bernanke dat hij de beleidsrente zolang als mogelijk laag zal houden, zwaarder weegt dan een soortgelijke belofte van Mario Draghi. Maar Bernanke wordt straks opgevolgd door Janet Yellen of Larry Summers. Tja…

Ook economische variabelen zoals lopende rekeningtekort enz. lijken de huidige euro-dollarverhoudingen niet te kunnen verklaren.
Wel kunnen later in het kwartaal statistieken aangeven of het wereldwijde beleggings- en of investeringskapitaal  per saldo meer naar Europa is gestroomd (vanuit de opkomende markten) dan naar de V.S.  En mogelijk heeft China een deel van zijn dollarreserves geruild voor euro’s.

Kan de politiek  misschien nog een bijdrage aan de verklaring leveren? Tot aan de septemberverkiezingen in Duitsland lijkt de Europese schuldencrisis een zomerslaap te houden. De problemen rond premier Rajoy in Spanje en ex-premier Berlusconi in Italië kunnen de markten niet in opwinding brengen. Waar de Duitse rente oploopt wordt het verschil in de tienjaars rente met Italië en Spanje zelfs kleiner: zie grafiek.

spanjeitalie 20130823

Grafiek: 10-jaarsrente op staatsleningen in Spanje en Italië

Stil is het ook rond Griekenland, dat nieuw geld nodig heeft en Portugal. Maar op de valutamarkten denkt men toch niet dat deze problemen voorgoed de wereld uit zijn?
Dan zijn er nog strubbelingen in Egypte en Syrië. Ik zie niet direct waarom de ontwikkelingen daar de euro eerder ondersteunen dan de dollar.

Al met al verbaast mij de sterkte van de euro t.o.v. de dollar in de afgelopen periode. Een goede verklaring hiervoor is nog niet gevonden en als zovelen wacht ik daarom maar tot mijn voorspelling van een sterkere dollar uitkomt.

 

Deel dit berichtShare on Facebook
Facebook
0Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Over de auteur

Franke Burink is adviseur bij Castanje Vermogensbeheer. Zijn carrière is begonnen bij ABN AMRO, hier heeft hij ruim 20 jaar met succes gewerkt als senior economist en private banker. Sinds 2000 is hij werkzaam als zelfstandig vermogensbeheerder. Vragen? Bel Franke op 073 - 30 30 260 of mail naar info@castanje.nl